
Icons. Dorothy Wilde, door iedereen Dolly genoemd, werd geboren in een tijd waarin haar achternaam al beladen was. Slechts drie maanden eerder was haar beroemde oom, Oscar Wilde, gearresteerd en publiekelijk ten val gebracht wegens zijn homoseksualiteit. Dat schandaal hing als een schaduw over de familie, maar voor Dolly werd het juist een lichtpunt. Ze vereerde haar oom – meer dan haar eigen vader – en maakte van zijn bravoure, zijn geest en zijn rebellie een blauwdruk voor haar eigen leven.
Dolly was slim, scherp, onweerstaanbaar en vol overgave. Ze was openlijk lesbisch in een tijd waarin dat allesbehalve vanzelfsprekend was. Waar anderen zich verborgen, zocht zij het leven op: intens, roekeloos, zonder rem. In 1914 vertrok ze naar Parijs om als ambulancechauffeur te werken tijdens de Eerste Wereldoorlog. Maar zoals altijd wist Dolly plicht en plezier moeiteloos te vermengen. Parijs werd haar speelveld, haar podium.

Daar begon een stormachtige affaire met de gender-non-conforme en schatrijke Marion “Joe” Carstairs, erfgenaam van Standard Oil: Marion Carstairs. Het was een relatie vol vuur, excessen en theatrale botsingen. Toen die liefde doofde, bleef Dolly niet achter in stilte. Ze dook het bed in van andere invloedrijke vrouwen, onder wie de Amerikaanse schrijfster en salonnière Natalie Clifford Barney, wier Parijse salons het epicentrum vormden van een vrijdenkende, lesbische elite.
In de jaren die volgden leefde Dolly alsof de nacht nooit zou eindigen. Ze genoot ervan om mannen te verleiden zonder hen ooit echt toe te laten, en vrouwen te betoveren met haar scherpe humor en gevaarlijke charme. Ze speelde, verleidde, provoceerde. Net als haar oom Oscar koos ze voor het uiterste: leven zonder concessies.
Maar zo’n leven eist zijn tol. Tegen het einde van de jaren twintig was Dolly lichamelijk en geestelijk uitgeput. Verslaving had haar in de greep. Zelfs zij, de onvermoeibare feestvierder, probeerde hulp te zoeken. Tevergeefs. Een verblijf in een verzorgingsinstelling verving haar oude verslavingen door een nieuwe: een afhankelijkheid van het slaapmiddel paraldehyde. Rust werd geen redding, maar een andere vorm van verdoving.
Aan het eind van de jaren dertig stortte haar wereld verder in. In 1939 kreeg Dolly te horen dat ze kanker had. Trouw aan haar rebelse aard weigerde ze conventionele behandelingen; ze koos voor alternatieve methoden, alsof ze ook het lot wilde uitdagen. Een jaar later dwong de Duitse inval in Frankrijk haar Parijs te ontvluchten. Ze keerde terug naar Engeland, maar vond daar geen nieuw begin.

In 1941 stierf Dolly Wilde, slechts 45 jaar oud. De lijkschouwer kon niet vaststellen of het de kanker was die haar velde, of de jarenlange verslaving. Misschien was het beide. Of misschien was het simpelweg de prijs van een leven dat altijd op volle intensiteit werd geleefd. Dolly Wilde, net als haar oom, weigerde zich te schikken, weigerde te zwijgen, en leefde zichtbaar – met alle gevolgen van dien.
Bronnen: