
Sommige mensen vormen de schouders op wie wij allemaal staan. Coos Huijsen is zo’n onvergetelijk, moedig mens. Met zijn coming-out in 1976 geldt hij als de eerste openlijk homoseksuele parlementariër ter wereld.
Jacobus Huijsen werd op 20 maart 1939 in Den Haag geboren. Zijn ouders scheidden toen hij twee jaar was; hij groeide op op het christelijke Goeree-Overflakkee. Hij werd onderwijzer en geschiedenisleraar, en in de jaren zestig voorzitter van de progressieve Christelijk-Historische Jongeren-Organisatie. Onder partijgenoten ging al vroeg het gerucht dat hij homo was; hij kreeg de bijnaam ‘verkeerde Coos’. Huijsen ontkende. Het moment van zijn coming-out wilde hij zelf bepalen.
In 1972 kwam hij voor de CHU kort in de Tweede Kamer. Een jaar later zegde hij zijn lidmaatschap op, omdat de partij het kabinet-Den Uyl niet wilde steunen. In 1973 ontmoette hij ook Lank Bos, de liefde van zijn leven. Toen Huijsen in maart 1976 als opvolger terugkeerde in de Kamer, nam hij als onafhankelijk lid zijn zetel in. Het moment was daar.
Bij zijn beëdiging op 30 maart 1976 nodigde hij Bos uit in de loge die was voorbehouden aan echtgenoten van Kamerleden. Bos werd eruit gezet. Huijsen stapte naar Kamervoorzitter Anne Vondeling (PvdA), die volgens hem ‘verschoot van kleur’ en onmiddellijk bepaalde dat partners voortaan welkom waren: getrouwd of niet, man of vrouw. In NRC Handelsblad noemde Huijsen zijn partner bij naam, en daarmee was zijn coming-out compleet. Hij was overigens niet de enige, zei hij later: “Je had er wel meer die stiekem in de kast zaten.”
Ook inhoudelijk liet hij sporen na. Via een amendement van zijn hand verdween in 1976 uit de Grondwet de beperking van het verenigingsrecht op grond van ‘de goede zeden’.
In 1977 verliet Huijsen de Kamer en werd hij lid van de PvdA, waar hij de PvdA-homogroep mee oprichtte. Met Bos en schrijver Walter Kamp richtte hij de Stichting Vrije Relatierechten op, een lobbyorganisatie voor homo-emancipatie. Hij was betrokken bij de benefietavond Miami Nightmare tegen de anti-homocampagne van de Amerikaanse zangeres Anita Bryant, en zette zich als voorzitter van het Defence and Aid Fund Nederland in tegen de apartheid in Zuid-Afrika.
Intussen bleef hij het onderwijs trouw. Van 1986 tot 1998 was hij directeur van Openbare Scholengemeenschap Gerrit van der Veen in Amsterdam. Op zijn 73e promoveerde hij aan de Universiteit van Amsterdam op Nederland en het verhaal van Oranje, dat werd genomineerd voor de Libris Geschiedenis Prijs. Hij was medeoprichter en jarenlang voorzitter van Het Blauwe Fonds, dat schenkingen en nalatenschappen inzet voor de lhbtiq-gemeenschap. In 2016 verscheen zijn autobiografie Homo politicus, dit jaar Roze draad, dat hij schreef met zijn neef Geerten Waling.
Huijsen was geen man van zelfgenoegzaamheid. Hij zag hoeveel er bereikt was, en wat er nog ontbrak: “Er is op het terrein van beleid en wetgeving enorm veel bereikt. (…) Tegelijkertijd is ‘homo’ nog altijd het populairste scheldwoord op het schoolplein en op het voetbalveld, is de suïcidescore onder jonge homo’s vijfmaal zo hoog als onder jonge hetero’s en zien veel jongeren er nog steeds erg tegenop om aan hun ouders en vrienden te vertellen dat ze homoseksueel zijn.”
Coos Huijsen overleed op 19 oktober, thuis na een kort ziekbed, in het bijzijn van zijn echtgenoot Lank Bos (foto)
