
Door: Willem van Altena., namens Gaykrant (GK). Beeld via Jacques Zonne, met dank.
Jacques Zonne (1951) is een van de bekendste Nederlandse stemmen tegen homoconversie. Als jonge homo uit een gelovige Vlaardingse familie werd hij in de jaren zeventig onder valse voorwendselen naar een “vakantieboerderij” gestuurd om “genezen” te worden van zijn gevoelens – de opmaat van ruim twee jaar gevangenschap en geestelijke terreur. Omdat geen enkele hulpverlener, kerk of lhbt‑organisatie hem destijds kon of wilde helpen, groeide Jacques uit tot een onvermoeibare activist die al vijftig jaar pleit voor een verbod op homoconversie.
In juni 2026 bereikte die strijd een historisch hoogtepunt: na de Tweede Kamer stemde ook de Eerste Kamer in met een wettelijk verbod op homo-conversietherapie. Voor Jacques is dat niet alleen een politieke overwinning, maar ook de vervulling van een persoonlijke belofte: anderen besparen wat hem is aangedaan.
‘Ik geloof het pas als het in de Staatscourant staat.’

Foto: Met Boris Dittrich bij de Eerste Kamer, aanbieden petitie.
Gaykrant: Het gruwelijke verhaal van wat je overkomen is in die “vakantieboerderij” van Youth For Christ heb je al duizend keer verteld. Ik ben vooral benieuwd hoe je daar bovenuit bent gekomen en toch altijd trouw aan jezelf bent gebleven. Maar eerst dat historische moment: de wet tegen homoconversie is door de Senaat. Hoe is dat inmiddels geland?
Jacques Zonne: “Echt geloven doe ik het pas als het in de Staatscourant staat met de handtekening van de koning eronder, maar diep van binnen weet ik: mijn droom is wet geworden. Wat mij is aangedaan is voortaan verboden, en er komt meer hulp voor slachtoffers. Dat is voor mij het belangrijkste, niet de straf voor de daders.”
GK: Je strijd is altijd groter geweest dan jouw eigen verhaal. Het is je nooit om een vendetta te doen geweest.
JZ: “Veel van de mensen die dit mij hebben aangedaan, deden dat niet uit pure kwaadaardigheid; zij waren ervan overtuigd dat ze mijn ziel redden. Dat maakt ze niet minder verantwoordelijk, maar laat wel zien hoe giftig hun ideeën en dogma’s zijn. Hoe meer wetenschappers zeggen ‘je wordt gewoon zo geboren’, hoe dieper zij zich ingraven. Dáár moet je tegenin, terwijl slachtoffers vaak levenslang met de schade blijven zitten.”
Losgerukt van mijn ouders
GK: Je bent tegen wil en dank een strijder geworden, zei je eens. Wanneer sloeg dat om, van overleven naar actievoeren?
JZ: “Het begon met het totale gebrek aan hulp nadat ik uit de conversietherapie kwam. De eerste vijf jaar daarna waren, hoe raar het ook klinkt, erger dan de therapie zelf. Ik was losgerukt van mijn ouders – die via de boerderij hadden laten weten dat ik niet meer welkom was – en ik was volledig gehersenspoeld. Een dominee in Kampen heeft me met zijn familie opgevangen en geholpen om weer een beetje mezelf te worden, maar Kampen was mijn stad niet. Ik wist: ik heb professionele hulp nodig.”
GK: Dus je ging naar Amsterdam, het ‘magies sentrum’, op zoek naar hulp en een nieuw leven?
JZ: “Precies. Ik dacht: dáár zijn hulpinstanties, en daar kan ik weer een plek in de maatschappij vinden. Via de net opgerichte Motorsportclub MSA vond ik een goedkope kamer op de Lauriergracht. Een van de eerste dingen die ik deed, was proberen aangifte te doen. De brigadier lachte me uit: ‘Je bent er toch zelf heen gegaan, dus wij kunnen niks voor je doen.’ Hij gaf me wel het kaartje van het RIAGG. Ik dacht: dan krijg ik tenminste psychiatrische hulp.”
GK: Dat bleek een illusie.
JZ: “Ja. Na mijn hele verhaal kreeg ik te horen dat ik ‘aan het verkeerde adres’ was. Pas later begreep ik waarom: dezelfde instelling deed toen zelf nog aan een soort conversietherapie met elektroshocks en chemische castratie. Misschien was het maar goed dat ik daar niet werd opgenomen, maar ik stond opnieuw met lege handen. Daarna heb ik overal aangeklopt: COC, Rutgers, NVSH enzovoort. Steeds dezelfde reactie: ‘We hebben hier geen ervaring mee, we kunnen je niet helpen.’ Ik werkte toen als steward bij Wagons‑Lits, maar het uitblijven van hulp vrat aan me. Mijn werk leed eronder, ik raakte in een neerwaartse spiraal en verloor uiteindelijk mijn baan.”
JZ: “Ik woonde inmiddels al vier jaar op die kamer in de Lauriergracht en kon de huur nauwelijks nog betalen. De twee mannen van wie ik huurde, zeiden dat ik mocht blijven voor hetzelfde bedrag, maar dat ze dan wel ‘iets’ terug verwachtten. Dat ‘iets’ was seks met hen, en dan ook nog terwijl zij SS‑uniformen droegen. Daar trok ik de grens. Ik heb diezelfde nacht mijn belangrijkste spullen gepakt en ben gevlucht. Liever dakloos dan meewerken aan zoiets.”

‘Ik was zó boos op de daders, de kerken en instellingen die niets deden.’
“Ik heb ongeveer een week in een portiek geslapen, tot ik eraan dacht dat een vriend een seksclub op de Nassaukade had. Daar mocht ik ’s nachts crashen en was ik even onderdak, maar door financiële problemen moest die club dicht en dreigde ik opnieuw op straat te komen. Via omwegen belandde ik in Eindhoven. Daar kon ik weer een begin maken met mijn leven. Maar aan mijn conversietherapie‑trauma was nog niets gedaan. Ik was zó boos – op de daders, op de kerken, maar ook op de instellingen die niets deden – dat ik dacht: dan ga ik mijn verhaal in de krant zetten. Een paar journalisten hebben het groot gebracht; we zijn samen teruggegaan naar die boerderij, ‘De Schuilplaats’, om een foto voor de deur te maken als bewijs. Doordat ze alles moesten checken, duurde het even voordat het stuk verscheen. In die tussentijd stortte mijn leven alleen maar verder in.”
GK: En dan dat bijna filmische moment op de markt in Eindhoven, waar je ineens je eigen verleden in de ogen keek.
JZ: “Ik liep over de markt en zag twee kramen: een van het COC en een van de Roze Driehoek. Aan de zijkant hing een groot geel bord met mijn krantenartikel, met die foto voor ‘De Schuilplaats’. Ik was vergeten dat het ooit verschenen was; toen het uitkwam, was ik dakloos en bezig elders opnieuw te beginnen. Daar, midden op straat, tussen de boodschappentassen, stond ik ineens mijn eigen trauma te lezen. De tranen stroomden over mijn wangen. De jongen achter de kraam, die dat zag, legde zijn hand op mijn schouder. Dat was genoeg.”
Meewerken, niet tegenwerken
“Hij liet me een boek zien: Vrije Keuze – hoe binnen Youth For Christ homoseksualiteit wordt onderdrukt. Ik sloeg het open en zag opnieuw mijn foto. Eerst was ik woedend, want ik had nooit toestemming gegeven. Maar na een paar dagen dacht ik: als dit andere slachtoffers helpt en COC mijn verhaal in een groter verband plaatst, dan wil ik meewerken, niet tegenwerken. Zo startte ik in de werkgroep Sekten bij COC Eindhoven. ‘Sekten’, omdat je toen nog niet mocht zeggen dat je ‘tegen kerken’ was. Een van onze eerste acties was het aanvallen van de gemeentelijke subsidie voor YouthforChrist. Dat is gelukt: de 14.000 gulden waar ze op rekenden, kregen ze niet. Mijn eerste lezing daar zat afgeladen vol. Het was loodzwaar om te doen, maar ik haalde er ook kracht uit.”
Plumpudding
GK: Maar net toen de strijd tegen conversietherapie loskwam en het ook met jou de goede kant uit ging brak de aidscrisis los.
JZ: “Ja. En de strijd tegen conversietherapie zakte als een plumpudding in elkaar. Alle energie, aandacht en middelen gingen naar aids, terecht. Maar daardoor verdween mijn onderwerp naar de achtergrond.”
GK: Terug in Amsterdam beland je in de voorhoede van wat ik een tweede homo‑emancipatiefase noem: de fetisj‑communities, de berenscene, Dikke Maatjes.
JZ: “Via mijn vriend Dig – en inderdaad ook dik – kwam ik bij Dikke Maatjes terecht. Ze kwamen samen in een keurige koffie‑ en theesalon met zware gordijnen en ronde tafeltjes; dikke mannen die vooral met elkaar zaten te klagen. Bij mijn tandarts was het gezelliger in de wachtkamer. Om een lang verhaal kort te maken: al snel was ik voorzitter. Ik werkte in die dagen in een seksshop en zag in Amerikaanse bladen hoe groot de aantrekkingskracht van dikkere en behaarde mannen was. We bedachten Mister‑verkiezingen, keken in het buitenland hoe ze dat deden, en zo kwam ik tijdens een Europees evenement in Brussel een berenpak tegen. Ik deed een geïmproviseerde stripact en werd tot mijn verbazing Mister Chubby Europe 1994. Met die titel kon ik naar San Francisco, waar ik uit meer dan twintig kandidaten, Mister International Grizzly Bear 1996 werd. Bij terugkomst op Schiphol stonden er zo’n vijftig leden met een spandoek. Dáár ging het mij om: hún trots. Ik wilde dat mannen die altijd te horen hadden gekregen dat ze te dik of te harig waren, ineens konden ervaren dat ze juist gewild waren.”
GK:De strijd tegen de conversietherapie was naar de achtergrond verdwenen, maar dat veranderde in 2012 toen je een interview gaf voor het programma Andere Tijden.
JZ: “Dat interview gaf een enorme stroom reacties, en de lezingen kwamen weer op gang. Mijn trauma werd daar niet kleiner van, maar ik merkte dat lotgenoten zich minder alleen voelden. Dat gaf me de motivatie om door te gaan.”
“In 2019 volgde EenVandaag. Dat item bracht me letterlijk in de krochten van het Binnenhof. Vera Bergkamp van D66 zag het, nodigde me uit om op haar kamer in de Tweede Kamer mijn verhaal te vertellen, en stelde Kamervragen aan minister Bruno Bruins. Zijn antwoord was: ‘ik kan niets doen, want conversietherapie is niet strafbaar.’ Daarna zakte het toch weer in. Ik dacht: ik was zó dicht bij het Binnenhof, en nu gebeurt er weer niks. Dus begon ik de petitie ‘Stop conversietherapie in Nederland’. Die sloeg aan. Tegelijkertijd werkte COC Nederland aan een initiatiefwet. Een eerste versie kwam door de Tweede Kamer, maar de Raad van State keurde die af: beter geen wet dan een slechte wet. Er kwam een aangescherpte versie, die op Coming‑Outdag 2023 opnieuw werd ingediend. Na extra wetenschappelijke toetsen (tijdrekken) en besloten overleggen mocht ik op 28 januari 2025 mijn petitie aanbieden en de Kamer toespreken. De wet werd aangenomen met 101 stemmen tegen 49.”

Foto: Emoties komen los als bekend wordt dat de wet is aangenomen.
Elke vertraging was er één te veel
GK: En dan nog de Eerste Kamer…
JZ: “Ja. Daar werd keer op keer vertraging opgeworpen. Een ex‑BBB’er die eerder ex-CDA was, eiste een hoofdelijke stemming. Hij dacht dat dan meer Eerste Kamerleden dan tegen deze wet zouden zijn. Het betekende wéér uitstel, en na alles wat ik had meegemaakt, was elke vertraging er één te veel. Het vrat aan mijn energie. Tot 16 juni 2026. De Eerste Kamer stemde in. Ruimschoots zelfs, met 57 stemmen voor en 15 stemmen tegen. Bij het COC stond iedereen te juichen; ik zat vooral te janken. Het voelde alsof vijftig jaar spanning in één keer uit mijn lijf liep. Ik had mijn doel bereikt: ik had gedaan wat ik kon om te voorkomen dat jonge mensen dezelfde hel moeten doorstaan als ik.”
GK: Terwijl in je eigen leven ondertussen ook zware dingen gebeurden. Zoals het plotselinge overlijden van je beste vriend en partner Frank.
JZ: “Frank was mijn beste vriend, partner, meester, reisgenoot – bijna familie. Hij noemde mij altijd zijn bijvrouw. Hij overleed plotseling. Na bezoek aan het mortuarium hoorde ik van zijn broer dat Frank op zijn achttiende óók conversietherapie had ondergaan, in Zwitserland. Dat kwam aan als een mokerslag. Hij had er nooit over gesproken. Kort daarna organiseerde ik een bear‑weekend in de bar waar ik werk, dat – althans in mijn beleving- volledig mislukte; ik sleepte mezelf erdoorheen. Na afloop stortte ik in en besloot er een einde aan te maken. Ik had alle drank in huis, ik wist precies hoe ik het zou doen. Maar een klein stukje in mij wilde nog één keer praten. Dus ik belde 113. De stem van de man aan de lijn – warm, rustig – zal ik nooit vergeten. We hebben lang gepraat. Op zijn aandringen ben ik de volgende dag naar de huisarts gegaan. Wat denk je? Binnen een maand zat ik in intensieve psychiatrische behandeling, inclusief EMDR. Voor het eerst werd echt aan alle lagen van mijn trauma gewerkt.”
GK: En dan trekt je lichaam aan de noodrem.
JZ: “Zeven maanden geleden kreeg ik een TIA en een dag later een beroerte. Mijn handen doen het weer redelijk, maar niet volledig. Werk zoals vroeger gaat niet meer. En toch betrap ik mezelf erop dat ik alweer van alles organiseer: lezingen, campagnes, plannen. Blijkbaar zit die drang heel diep.”

Helder Europees verbod
GK: Intussen verplaatst het strijdtoneel zich van Den Haag naar Brussel en Straatsburg.
JZ: Door leden van ACT (Against Conversion Therapy) is een Europees burgerinitiatief tegen conversietherapie opgezet. We hebben meer dan een miljoen handtekeningen opgehaald. Eind 2027 wordt het onderwerp dus opnieuw besproken in het Europees Parlement. Ik wil een helder Europees verbod, zodat ouders niet ‘gewoon de grens over’ kunnen met hun kind voor deze praktijken.”
GK: In je lezingen betrek je expliciet trans en andere genderdiverse mensen.
JZ: “Natuurlijk doe ik dat. Zij ervaren immers hetzelfde: mensen wordt ontzegd dat ze mogen zijn wie ze zijn en mogen liefhebben wie ze willen. Dat is het mooiste wat we als mens hebben. De anticonversiewet gaat nadrukkelijk niet alleen over LGB‑mensen, maar net zo goed over trans en genderdiverse personen. Mijn eigen verhaal is dat van een homo‑jongen in een christelijk milieu, maar de kern – dat jouw bestaansrecht ontkend wordt – is identiek.”
Full circe-moment
GK: Ik weet zeker dat ik namens veel lezers spreek als ik zeg dat ik trots op je ben. Ben je zelf trots?
JZ: “Trots is een moeilijk woord, maar ik ben wel opgelucht. Mijn drijfveer was ooit vooral woede: op kerken, ouders, psychiaters, al die instellingen die wegkeken. Die woede heb ik omgezet in lezingen, lobby, persoonlijke gesprekken – van vrijwilligers bij het COC tot Kamerleden en psychiaters. En dan nu: een wet, een Europees initiatief, binnenkort zelfs een lezing in het hoofdkantoor van het Leger des Heils – de club waarvoor ik vroeger om de Dam heen liep, bang dat ze me terug zouden sleuren naar die boerderij. Dat noem ik een full circle‑moment. Mijn droom is niet alleen uitgekomen, maar zelfs wet geworden.”
Conversietherapie (ook wel homogenezing genoemd) is een omstreden en schadelijke methode om iemands homoseksuele geaardheid of genderidentiteit te veranderen of te onderdrukken. In juni 2026 is er in Nederland een initiatiefwet aangenomen die dergelijke stelselmatige en indringende conversiehandelingen bij minderjarigen en kwetsbaren strafbaar stelt. Zie ook Amnesty International: www.amnesty.nl/conversietherapie-en-mensenrechten