baksteen1

Glorieus op hakken stiefelde ik langs de grachten van de stad, mijn pruik knalroze gespoten, in mijn stijlvaste handtas had ik een baksteen gestoken. Lustig mepte ik links en rechts in op iedere gek die dacht nog een laatdunkende opmerking te kunnen maken: ‘Jij durft mij gestoord te noemen? Heb je wel eens in een spiegel gekeken?’

Het waren de vroege jaren tachtig en ik koesterde mijn wraakfantasieën. Tijdens de Roze Zaterdag in Amersfoort hadden idioten met eieren gegooid. Bedreigde deelnemers aan de optocht moesten onder politiebegeleiding naar het station gebracht worden. Zelf werd ik dat jaar door drie skinheads in elkaar getrapt, midden in de Amsterdamse Leidsestraat – niemand hielp. Naar de politie gaan had geen zin. Die deden óók niks. Eigen initiatief was wat we nodig hadden. Een Homobevrijdingsfront. Harde actie. Daar droomde ik van.

Als queer gemeenschap zitten we opgesloten in een toxische relatie met mensen die ons verachten. De dreiging van geweld is als een omhelzing, maar dan een die de adem uit je borst perst. Bij iedere beweging die je maakt neemt de beklemming toe. Het is simpelweg onmogelijk de haters te ontlopen. Zij hebben vrije beschikking over de straat, de media en de politiek – en, vreemd genoeg, ze zijn nogal gefixeerd op ons. De idioten dringen zich voortdurend op, met hun vieze blikken, hun zielloze beledigingen, hun fluimen en losse handjes.

Politieke partijen, gehard in lafheid, negeren anti-queer geweld zoveel mogelijk. Maar zodra een queer groep zich verweert, verdringen ze zich rond de microfoon, om de ‘boze onredelijkheid’ en ‘woke provocatie’ te veroordelen. Onze woede over het geweld is blijkbaar erger dan het geweld zelf. Dat zit diep bij ze. Minderheden mogen geen eisen stellen. Ze moeten hun rol van slachtoffer overtuigend spelen en zich blijvend schamen voor hun krachteloosheid. De harde eis die de politiek ons oplegt: het te pas en te onpas dankbaarheid betuigen. Want we hadden het slechter kunnen hebben.

baksteen2

Helaas, drag was niet mijn ding en een Homobevrijdingsfront heb ik nooit opgericht. Activisten waren er in de jaren tachtig al voldoende, bedacht ik me. Ik werd voorzitter van het COC-Amsterdam en probeerde in die functie de redelijkheid te verwoorden. Dus schoof ik aan in overleg na overleg en pleitte voor aandacht, subsidies en steun. De sleutelwoorden waren wat mij betreft weerbaarheid en het werken aan een positief zelfbeeld.

De enige manier om uit de beklemming van de samenleving te breken is door een gesloten kring te vormen met mensen die je kern spiegelen – zodat je jezelf kunt versterken zonder verstikt te worden. Zichtbaarheid, identiteitsgroepen en steunpunten hadden we nodig. Binnen het COC vonden onder meer ouderen-, jongeren-, vrouwen-, trans-, bi-culturele en fetisjgroepen onderdak. In 1982 werd in Amsterdam KARAC opgericht (een samenvoeging van karate en COC), de eerste queer sportclub van Nederland. Die organiseerde cursussen zelfverdediging en profileerde zich vanaf 1984 met een meer aansprekende naam: Tijgertje.

De jaren tachtig waren een periode van zaaien en ondergrondse groei. Maar uiteindelijk betaalde het gespleten front van radicaal activisme en verzoenende redelijkheid zich uit. Wie zich sterk genoeg heeft georganiseerd, kan een eigen agenda voeren en zodra de kans zich voordoet het initiatief pakken en impact maken: verzamelen, jezelf versterken en vervolgens de wereld verbeteren. In de jaren negentig ging het snel vooruit. Ik leefde in de blije verwachting dat de weg naar gelijke behandeling voor ons gehele alfabet open zou komen te liggen en dat het geweld alleen maar verder zou afnemen.

Het breekt mijn hart dat anno 2026 mensen uit mijn regenboogfamilie nog heftiger onder vuur liggen dan ik me ooit heb kunnen bedenken. We zijn in sneltreintempo naar de jaren tachtig teruggevoerd. Die teleurstelling is nauwelijks te verdragen. Ik ben ondertussen zó moe van de redelijkheid die van ons verwacht wordt: niet te fel uit de hoek komen, nooit schreeuwen en al helemaal niet dreigen, zelfs niet wanneer queer familieleden dagelijks op precies die manieren benaderd worden. Van redelijkheid naar razernij: als ze dan de jaren tachtig terug willen, dan krijgen ze de jaren tachtig. Actie!

Tijdens Pride voelde ik het eerste sprankje hoop. Pride is a Protest was dit jaar de meest gebruikte strijdkreet. Dat is een fijne ontwikkeling. Daarnaast lijkt Queer, ondanks wat tegenstand hier en daar, definitief de favoriete verzamelterm geworden. Het vrolijke ‘gay’ uit de jaren negentig hoor je nauwelijks nog. Dat is prima. Een hardere houding is noodzakelijk, tegenover alle georganiseerde tegenstand. Queer is minder feest en meer protest. Van de weeromstuit droom ik weer. Dit keer van een Queer Bevrijdingsfront.

Ik veerde definitief op toen ik over de oprichting van de Queer Knokploeg las, een initiatief van Nori Spauwen en Simcha Zijlstra. ‘De Queer Knokploeg is opgericht om te bouwen aan de weerbaarheid en de veiligheid van onze queer community. Dat gaan we doen door zelfverdedigingstrainingen, weerbaarheidstrainingen en bystander trainingen te organiseren voor en door onze community.’ Een Tijgertje voor onze tijd! Een Bevrijdingsfront is het misschien niet, daarvoor is het nog wat te verdedigend, maar het is wél een urgent idee. Sommigen van ons moeten zich misschien wel opstellen als een klootzak, om te kunnen winnen van de klootzakken. Niemand anders vecht voor ons. We kunnen ons alleen losrukken uit de gewelddadige omhelzing door het initiatief te pakken en actief onze eigen verdediging ter hand te nemen. Dus leve de knokploeg. Als politici dat radicaal willen noemen: flikker asjeblieft een eind op. Kijk een keer in de spiegel.

Graag maak ik werkelijk gelijke rechten voor het hele alfabet nog tijdens mijn leven mee. Als queer elder heb ik de neiging om flink te radicaliseren. Laat anderen dit keer de redelijkheid maar verwoorden. Ik heb me aangemeld voor de knokploeg. Zet mij maar in de frontlinie, desnoods in drag. Alleen nog een handtas aanschaffen waar een baksteen in past.

Tom Kniesmeijer is auteur, psycholoog en gespecialiseerd in de invloed van tijdgeest op de cultuur. Zijn roman Korsetcadeau ligt nu in de boekwinkels. Daarin vertelt een oudere trans vrouw over haar leven, ze fileert de huidige samenleving – en besluit uiteindelijk in actie te komen.  https://magonia.nl/auteurs/tom-kniesmeijer/