reflectie1

Door: Bamber Delver, eerste in Nederland tegen online pesten (1999)  en auteur van het Handboek Tegen Pesten. Hoofdredacteur Gaykrant.

Geplaatste foto’s zijn screenshots uit de campagne.

De huidige, sympathieke en welkome campagne tegen online haat van het COC gebruikt een begrijpelijke en op het eerste gezicht krachtige formule. Maar waarom de nadruk op het vragende: Wij zijn ook mensen... Zijn we die fase wel zo langzamerhand voorbij? Hoe zit de campagne (in social media en reguliere media) in elkaar: Haatberichten worden uit de anonimiteit van sociale media gehaald en verbonden aan echte mensen. Ineens is het geen comment meer onder een post. Er staat iemand tegenover je. Iemand die het leest, hoort en voelt. Een mens van vlees en bloed. Met gevoelens, net zoals jij: die misschien ook zulke absurde, haatdragende posts stuurt.

Dat werkt. Online haat gedijt immers bij afstand. Degene die een comment schrijft, ziet vaak niet wat die woorden met een ander doen. Een mens wordt een gebruikersnaam, een profielfoto of, nog erger, uitsluitend een identiteit: homo, lesbienne, transgender, no-binair, queer. Door de ontvanger letterlijk in beeld te brengen, probeert de campagne die afstand te verkleinen. Het is een manier die al veel vaker is gedaan: hardop zeggen wat online wordt geschreven. Denk aan Rob Jetten (ook nu weer doelwit), al in 2020. NOS Stories ging vorig jaar achter online scheeuwerds aan. Echter, de fase van wel anoniem en alleen online durven schelden zijn we als samenleving allang voorbij. Online is inmiddels een opmars naar het fysieke. Kijk maar naar de cijfers over fysieke scheld- en knokpartijen tegen onze gemeenschap. En leg die naast de onderzoeken naar online scheldpartijen tegen lhbtiq+ ‘ers

Hiermee wordt een van de zwaktes van de campagne blootgelegd. Maar dan komt de boodschap: Wij zijn ook mensen. Precies daar gaat het wringen. COC schrijft zelf helemaal terecht in haar strategische kader dat online haat mensen onveiliger maakt en kiest empowerment als onderdeel van de oplossing. Maar is de boodschap Wij zijn ook mensen” empowerment?

Waarom moeten wij onze menselijkheid nog uitleggen?

Het woordje ook lijkt onschuldig, maar is dat niet. Wij zijn ook mensen betekent impliciet: kijk nog eens goed naar ons. Zie onze gezichten. Luister naar onze verhalen. Besef dat wij gevoelens hebben. En erken vervolgens dat wij, ondanks onze seksuele oriëntatie of genderidentiteit, net als jullie mensen zijn. Maar waarom zou iemand uit de regenbooggemeenschap anno 2026 nog tegenover een camera moeten staan om zijn of haar menselijkheid te bepleiten? Waarom moet degene die wordt aangevallen zich verantwoorden? Waarom moet het slachtoffer van online haat de empathie van de agressor proberen te verdienen?

reflectie2

Voor wie is deze campagne eigenlijk gemaakt?

Is zij bedoeld voor mensen die online haat verspreiden? Dan is de vraag gerechtvaardigd of iemand die bewust kankerhomo, pedo, smerige flikker of andere ontmenselijkende taal gebruikt, werkelijk van gedachten verandert doordat degene die wordt aangevallen vriendelijk in de camera uitlegt: ik ben ook een mens.

Is de campagne bedoeld voor het grote publiek dat dergelijke haat niet zelf verspreidt, maar er wel dagelijks langs scrolt? Dan ligt er een andere kans. Spreek juist die zwijgende omstanders aan. Waarom scroll je door? Waarom zeg je niets? Waarom rapporteren we massaal een blote borst, maar laten we iemand die een ander bedreigt soms gewoon staan? Of is de campagne bedoeld voor de regenbooggemeenschap zelf? Dan wordt de gekozen toon nog ingewikkelder. Want mensen die voortdurend worden geconfronteerd met afwijzing hebben misschien niet nóg een boodschap nodig waarin hun wordt geleerd zich kwetsbaar en invoelbaar te presenteren. Misschien hebben zij behoefte aan iets heel anders.

Waar is de woede?

Waar is de boosheid? Waar is de verontwaardiging? Waar is de houding van: fuck off — jij hebt niet het recht mij zo te behandelen? Woede heeft in publiekscampagnes een slechte reputatie. Campagnes moeten verbinden, wordt vaak gezegd. Polariseren is ongewenst. De boodschap moet positief blijven. We moeten mensen meenemen. Maar er bestaat ook gerechtvaardigde woede. Woede kan een grens aangeven. Woede zegt: tot hier en niet verder.

Het is genoeg: we zijn woedend

Voor emancipatiebewegingen is die woede bovendien historisch van enorme betekenis geweest. Verandering ontstond niet uitsluitend doordat minderheden vriendelijk aan meerderheden vroegen hen alsjeblieft te accepteren. Emancipatie ontstond óók doordat mensen opstonden en zeiden: genoeg. Wij gaan niet terug de kast in. Wij laten ons niet wegpesten. Wij gaan niet onderhandelen over ons bestaansrecht. Onze gelijkwaardigheid is geen onderwerp van debat. Dat is geen agressie. Dat is weerbaarheid.

De valkuil van tolerantie

Daarmee raakt Wij zijn ook mensen aan een ouder probleem binnen de emancipatie: het denken in termen van tolerantie. Tolerantie klinkt vriendelijk, maar kent een merkwaardige machtsverhouding. Wie tolereert, bevindt zich in de positie om iets toe te staan. De ander mag bestaan zolang degene die tolereert bereid is hem te verdragen. Decennialang heeft de homo-emancipatie geprobeerd daar voorbij te komen. Van tolerantie naar acceptatie. Van acceptatie naar gelijkwaardigheid. Van mogen wij er zijn? naar wij zijn er. Juist daarom voelt Wij zijn ook mensen als een stap terug. De campagne maakt degene die wordt aangevallen opnieuw tot vragende partij. Zie mij. Begrijp mij. Voel met mij mee. Accepteer mij.

Je mag mij niet aardig vinden maar houd je bek.

Maar fundamentele rechten zijn niet afhankelijk van empathie. Je hoeft een transgender persoon niet te begrijpen om hem niet te bedreigen. Je hoeft homoseksualiteit niet mooi te vinden om twee mannen veilig hand in hand over straat te laten lopen. Je hoeft Pride niet leuk te vinden om te accepteren dat andere burgers dezelfde vrijheid hebben als jij. Sterker nog: je mag mij niet aardig vinden. Dat is misschien wel de veel krachtigere boodschap. Je hoeft me niet te pruimen, maar houd je mond, houd je bek; fuck off!

Draai de camera om: spotlight op de schelder

Een volgende campagne tegen online haat zou daarom de machtsverhouding kunnen omkeren. Niet degene die wordt aangevallen hoeft zich te verklaren. Richt de denkbeeldige camera op degene die haat verspreidt én op degene die zwijgend toekijkt. Wat bezielt jou om dit tegen  iemand te zeggen? Zou je dit ook zeggen wanneer die persoon tegenover je stond? Waarom denk jij dat vrijheid van meningsuiting betekent dat anderen alles van jou moeten accepteren? Waarom grijpt niemand in? Waarom blijft een platform verdienen aan interactie rond berichten waarin mensen worden vernederd? Dan verschuift de norm. Niet de homoseksuele, lesbische, biseksuele, transgender of queer persoon wordt onderwerp van de campagne, maar het gedrag van de omgeving.

Niet kwetsbaarder, maar krachtiger

Dat betekent niet dat kwetsbaarheid uit campagnes moet verdwijnen. Het laten zien wat online haat met mensen doet, kan buitengewoon krachtig zijn. Angst, verdriet en machteloosheid zijn werkelijk. Die mogen zichtbaar zijn, naast kwetsbaarheid bestaat verzet. Naast verdriet bestaat boosheid. Naast angst bestaat trots. En naast de vraag om steun bestaat de mogelijkheid om een grens te stellen. Misschien moeten we mensen die online worden aangevallen daarom niet alleen afbeelden als slachtoffers die geraakt worden door woorden, maar ook als mensen die terugpraten, grenzen stellen, blokkeren, rapporteren, organiseren, demonstreren, lachen, liefhebben en weigeren te verdwijnen. Geen gebogen hoofd. Geen smekende blik. Geen verzoek om tolerantie. Maar recht in de camera: “Je hoeft mij niet aardig te vinden, ik heb jouw toestemming niet nodig.” “Dit is geen debat over mijn menselijkheid.” “Jouw haat is jouw probleem. Maak het niet het mijne.” “Wij gaan nergens heen.” Dat is een wezenlijk ander vertrekpunt.

reflectie3

Van slachtoffercampagne naar empowerment

Daar ligt wat mij betreft de belangrijkste verbetering voor campagnes tegen online haat: maak van het slachtoffer niet opnieuw de vragende partij. Laat zien wat haat doet, zeker. Wat dit betreft neemt het COC het voortouw maar laat te veel liggen. Laat niet alleen zien hoie erg het is, ook die fase zijn we voorbij. Laat zien wat weerbaarheid doet. Gebruik de woede. Gebruik humor (die aan hoe KLKM geweldig en afdoende reageerde op haters die tegen de zichtbaarheid van World Pride op Schiphol ageerden). Gebruik brutaliteit. Gebruik trots. En gebruik desnoods die inmiddels bijna klassieke queer fuck off-mentaliteit: wij hebben decennialang gevochten voor het recht om zichtbaar te zijn en gaan dat recht niet opnieuw beleefd ter onderhandeling aanbieden. Dat betekent ook dat vooraf veel scherper moet worden bepaald wie een campagne moet veranderen. De hater? De twijfelaar? De zwijgende meerderheid? Het platform? De politiek? Of de mensen die zelf doelwit zijn?

Bamber Delver is hoofdredacteur van de Gaykrant, is in Nederland de eerste die zich al in 1999 online pesten heeft gekeerd en is auteur van het Handboek Tegen Pesten.

Stichting Gaykrant is vanaf deze zomer gestart met een kwalitatief onderzoek naar hoe online haat er tegen de regenbooggemeenschap uitziet. Hierover wordt de eerste publicatie in november 2026 verwacht.