tonterlinden1

Tekst en beeld: Gert Tabak

Met Voorbije seizoenen schreef de auteur een rijke, persoonlijke biografische roman over zijn partner Ton ter Linden (Amsterdam, 10 juli 1935), kunstschilder, tuinkunstenaar en bovenal een man die zijn leven altijd met open vizier heeft geleefd. In een reeks zorgvuldig gekozen hoofdstukken wordt de lezer meegenomen door een leven dat zich afspeelt op het snijvlak van kunst, natuur en vanzelfsprekende vrijheid. Dit is deel 1: Een bijzondere ontmoeting.

Ton ter Linden heeft zijn homoseksualiteit nooit geproblematiseerd of geëtaleerd; hij was wie hij was. Zonder barricades, zonder slogans, maar met een houding die misschien wel radicaler is dan welk statement ook: leven alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Juist die vanzelfsprekendheid maakt zijn verhaal zo krachtig én zo herkenbaar.

Zijn naam is onlosmakelijk verbonden met zijn impressionistische schilderkunst én met zijn vernieuwende manier van tuinieren. Met zijn natuurlijke, artistieke tuinontwerpen drukte hij een blijvend stempel op de Nederlandse (en internationale) tuinwereld. De Tuinen van Ton ter Linden in Ruinen, anderhalf hectare levende kunst, werden een plek van inspiratie, ontmoeting en vrijheid, ook voor vele bezoekers uit de regenbooggemeenschap.

Dat zijn verhaal nu terugkeert naar de Gaykrant voelt als een cirkel die rond is. In de jaren tachtig werd Ton al eens geïnterviewd voor de papieren krant; vandaag krijgt zijn levensverhaal opnieuw een podium. De publicatie van hoofdstukken uit Voorbije seizoenen is daarmee niet alleen een uitnodiging om een bijzonder boek te ontdekken, maar ook een ode aan een leven dat laat zien hoe zichtbaar zijn soms juist zit in stilte, toewijding en trouw blijven aan jezelf.

Een bijzondere ontmoeting

(Op dit moment is Ton 15 jaar en leerling oppasser in Artis)

Op een zonnige zomerdag ga ik in de middagpauze lekker even de tuin rond. Een eindje verderop aan het pad zit de oude gedistingeerde heer die ik hier al vaker heb gezien op een bank, waarschijnlijk een abonnementhouder. Met beide handen leunt hij op z’n chique wandelstok en kijkt vriendelijk en onderzoekend als ik eraan kom. Hij groet me en als we in elkaars gehoorafstand komen vraagt hij, met de hand naar de rand van z’n hoed, of ik een ommetje in de tuin ga maken. Ik beaam dat, en hij geeft terug dat het een eer voor hem is als hij een stukje met me op mag lopen. Op één of andere manier heb ik te doen met hem, en stem toe. Hij staat voorzichtig op, gebruik makend van z’n stok. De man is vrij groot en helemaal in het zwart gekleed; het zachte, weke gezicht, met op het hoofd een zwarte hoed, steekt er bleek bij af. Ontspannen kuierend lopen we langs de verschillende dierenverblijven. Ik vertel over mijn werk en over de dieren, maar meneer Olivier, zoals hij zich heeft voorgesteld, is eigenlijk meer nieuwsgierig naar mij. Hij vraagt naar mijn werk en zo tussen neus en lippen door ook naar heel wat persoonlijke dingen.

We hebben het eigenlijk best gezellig en ik voel me gevleid door zijn aandacht. Met een handdruk nemen we afscheid en ik ga weer aan het werk.

Een paar dagen later wacht hij me op in lunchtijd. We nemen een andere route door de tuin. Zo nu en dan vertelt hij iets over zichzelf, onder andere dat hij in het Sarphatiehuis woont in de Roetersstraat. Het wordt een vaste gewoonte in de komende tijd; een paar keer per week wandel ik met meneer Olivier. We genieten er allebei van, en hij schijnt zo langzamerhand erg op mij gesteld te zijn. Hij kijkt er iedere keer weer erg naar uit, zegt hij tegen me. Soms is er een kleine, zachte aanraking, en op mijn verjaardag krijg ik een hele dure vulpen van hem cadeau. Ik ben niet altijd meer in het reptielenhuis aan het werk, want Baas Bol geeft me ook regelmatig de opdracht dat ik in een ander dierenverblijf moet invallen of assisteren. Meneer Olivier kijkt dan reikhalzend uit naar waar ik toch in hemelsnaam ben. Al zoekend gaat hij een keer door de privédeur, waar op staat ‘verboden voor onbevoegden’, naar de schaftruimte achter in de gang van het reptielenhuis, omdat hij me zo graag wil zien. Hij kon zichzelf blijkbaar niet meer in de hand houden en heeft iets durven wagen dat helemaal eigenlijk niet bij hem past. Door de ramen van het kantoortje ziet hij me aan tafel werken en stapt de ruimte binnen. Net als hij iets wil zeggen komt Bollee met grote passen naar ons toe. Hij is behoorlijk kwaad en brult Olivier toe dat hij direct naar buiten moet gaan, omdat dit voor bezoekers absoluut verboden terrein is. Zo heb ik mijn baas nog nooit gezien; en wat heb ik het met die oude lieve man te doen.

Gelukkig gaan onze gezamenlijke wandelingetjes gewoon door; ik krijg steeds meer het gevoel dat Olivier me adoreert; hij gaat zoekend de hele tuin door om me te vinden. Iedere keer als ik naar huis fiets door de Roetersstraat schuift er een raam open op de eerste verdieping van het Sarphatiehuis, zijn hoofd komt naar buiten en hij zwaait naar me. Blijkbaar zit hij dus al die tijd voor het raam te wachten tot ik eraan kom. Hij is vast erg eenzaam. Als ik op een dag weer langs rij en naar boven kijk, dan blijft het raam dicht; voor altijd . . .

tonterlinden2

Als ik nu aan toen terug denk, dan komt meteen de prachtige film uit 1971 ‘Dood in Venetië’ van Luchino Visconti, naar een novelle van Thomas Mann, in mijn gedachten. Ook hier gaat het om bewondering voor een jonge knaap door een ouder iemand. In dit geval een schrijver die pas weduwnaar geworden is en voor zijn rust, en op zoek naar inspiratie, naar Venetië reist en daar getroffen wordt door de jeugdige schoonheid, ‘als van een klassiek Grieks beeld’, van een 14-jarige jongen. Vaak heb ik van die melodramatische film genoten, en dat komt zeker ook door de prachtige muziek van Gustav Mahler.

Het lijvige boek Voorbije seizoenen kost € 54,45 en is te bestellen via: www.bravenewbooks.nl/gert_tabak of in de (online) winkel.