
Door: Bamber Delver. Beeld: Videoland/RTL
Het tweede seizoen van Only Joling is begonnen zoals je hoopt dat het begint: zonder schaamte en zonder volumeknop. Gerard Joling is weer volledig zichzelf. Of zoals hij het zelf zou zeggen: “Ik heb er de kracht niet voor”, maar hij doet het toch. Zoals zijn managers het zelf in dit tweede seizoen zeggen: “Joling is een merk.”
Wie seizoen één heeft gezien, weet je kunt verwachten. En wie dat niet heeft gedaan, krijgt in aflevering één meteen de volledige Joling-experience: flauwe grappen (inclusief een strategisch geplaatste scheet in een volle auto), scheldpartijen tegen de navigatie, hypochondrische paniek over een gescheurde achillespees (“het zal wel erger zijn”) en een fundamentele afkeer van vroeg opstaan. En toch… het werkt.
Het volk en de verenmantel
Wat in deze eerste aflevering opvalt, is hoe moeiteloos Joling schakelt tussen “het gewone volk” en zijn showbizzvrienden. In één adem begroet hij fans met “Gaat-ie goed, schatten?” en een scène later staat hij te dollen met illusionist Hans Klok, zanger Yves Berendse en theaterdiva Karin Bloemen, met wie hij samen in een rijtuig door Schagen (hun geboortedorp) vanwege het jaarlijks festijn rijdt. De grote uitdaging: drie minuten optreden tijdens de Formule 1 in Zandvoort. Drie minuten voor zeventig miljoen kijkers wereldwijd. Het is Joling ten voeten uit dat hij tijdens de repetities niet de spanning opzoekt, maar de grap. Als Henk Poort het moet ontgelden via een microfoonoproep over toiletpapier, weet je: dit is geen strak geregisseerde reality, dit is camp-chaos in HD.
Maar dan komt het moment waarop het bijna misgaat. Door weken bankhangen met gips blijkt zijn broek op de grote dag nauwelijks dicht te willen. Het is gênant, menselijk en bijna tragikomisch. Even zien we de kwetsbare kant achter het glitterjasje. En dan, uiteindelijk, staat hij daar, in een immens wit pak met verenmantel, en zingt hij Zing met me mee alsof zijn leven ervan afhangt. Misschien is dat ook zo.

De dunne lijn tussen lolbroek en ongemak
Only Joling laveert voortdurend op de grens van wat nog leuk is en wat plat is. De opmerking richting Vieze Jack (“het neukertje van die vrouw van Kazàn?”) roept niet alleen lachsalvo’s op, maar ook plaatsvervangende schaamte. Je ziet mensen lachen “als een boer met kiespijn”. En dat is precies waarom deze serie interessant blijft. Joling vertegenwoordigt een generatie entertainers voor wie scherpte en schoffering vaak dicht bij elkaar lagen. In een tijdperk waarin woorden zwaarder wegen dan ooit, kijkt de camera genadeloos mee. Hij wordt niet gecanceld, niet gecorrigeerd, niet gemonteerd tot brave versie 2.0. Hij is wie hij is. Inclusief op en over het randje.
Wat seizoen 2 slim doet, is ruimte maken voor klein menselijk leed. De teleurstelling in het ziekenhuis. De angst dat zijn lijf hem in de steek laat. Het gemopper. De vloekwoorden. Het is ongepolijst, soms plat, maar ook ontwapenend eerlijk. Joling vertrouwt, in zijn eigen woorden, op zijn kracht. En hoe ironisch het ook klinkt uit de mond van iemand die voortdurend klaagt, het is waar. Hij draagt de show. Hij is de show. Inclusief de verenmantel tijdens de Grand Prix. Erg leuk is trouwens als hij door de regen de try out moet doen, zijn broek amper dicht krijgt, met zijn been in het gips optreedt en toch de menigte mee krijgt. Dat is knap.

Camp als levenshouding
Only Joling is geen diepgravende documentaire over roem of vergankelijkheid. Het is een portret van een man die al decennia weigert kleiner te worden. Je kunt je ergeren aan de grappen, je kunt zuchten bij het taalgebruik. maar je kunt niet ontkennen dat hij authentiek is in zijn overdrijving. Zolang Gerard Joling zichzelf blijft: luid, kwetsbaar, ongeremd en soms onhandig, blijft deze reallifesoap fascinerend om naar te kijken. Op dus naar seizoen 3. Ook al gebeurt er eigenlijk helemaal niks. Vandaar dat deze recensie weinig verklapt: er zijn namelijk geen cliffhangers.
Elke zaterdag op RTL 4, 20.00 uur of op Videoland in wekelijkse delen te streamen