
Het is 4 mei 1970, acht uur 's avonds. De Dam ligt vol mensen. Vlaggen halfstok, de menigte in stilte. Dan lopen twee jonge mannen in een vlugge pas vanuit Hotel Krasnapolsky het plein op. Tussen hen in: een krans met lila linten. Ze hebben één doel: de homoseksuele slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog herdenken op de plek waar Nederland zijn doden eert. Ze halen het monument niet.
Enno den Daas en Ad van Delden, beiden lid van de Amsterdamse Jongeren Aktiegroepen Homoseksualiteit (AJAH), hadden geen toestemming om een krans met een grote roze driehoek te leggen. Ze werden overmeesterd, gearresteerd. De krans werd vernield.

Geen technische mogelijkheid
De actie was niet impulsief. In april 1970 had Enno den Daas namens de AJAH een officieel verzoek ingediend bij het Comité Nationale Dodenherdenking om een krans te mogen leggen. Dat verzoek werd afgewezen, omdat 'de kranslegging in een dergelijk laat stadium niet technisch meer te realiseren was.' Een bureaucratische formulering voor een politieke beslissing. Het COC reageerde furieus. Op een persconferentie werd gezegd: 'De tienduizenden homoseksuelen die door de nazi's zijn omgebracht, uitsluitend vanwege hun homoseksualiteit, worden thans ook nog doodgezwegen.'
Die woorden waren raak. Want de stilte was niet alleen historisch — ze was ook actueel. In 1970 gold in Nederland nog artikel 248bis, dat homoseksueel contact met jongeren onder de 21 jaar strafbaar stelde. De strijd om erkenning ging niet alleen over het verleden. Het ging over het heden.

Krasnapolsky als sluiproute
Den Daas vertelde later dat hij en Van Delden 'de keuken van Krasnapolsky als sluiproute gebruikten, het Nationaal Monument van achteren bestormden om een krans te leggen ter nagedachtenis aan de Duitse homovervolging. Voor het zover was werd het tweetal overmeesterd.'
Ook werden die dag 14 jongeren gearresteerd voor het uitdelen van flyers over het lot van homoseksuelen in concentratiekampen. De reactie was helder: wie de vergeten doden zichtbaar wilde maken, riskeerde zelf opgepakt te worden.
De verontwaardiging in de pers was groot. Een lezer schreef in het Algemeen Handelsblad: 'Het Comité Nationale Herdenking heeft met het verbieden van deze kranslegging een uiterst betreurenswaardige daad begaan.' De poging had iets losgemaakt wat niet meer te stoppen was.
Een jaar later, en daarna
Een dag na de arrestaties demonstreerden dertig leden van de AJAH. Zij droegen roze driehoekjes op hun kleding, om de nazivervolging in herinnering te brengen. Het symbool van schaamte werd een geuzenteken: gedragen als daad van verzet.
In 1971 werd de kranslegging wél toegestaan. Maar de gemeenschap begreep dat toestemming vragen kwetsbaar maakte. Er moest een eigen plek komen. In 1979 werd de Stichting Homomonument opgericht. Het monument op de Westermarkt, ontworpen door Karin Daan en gebaseerd op de roze driehoek, werd in 1987 in gebruik genomen. Bij de onthulling was het wereldwijd het eerste vrijstaande homomonument in de openbare ruimte. Amsterdam750
Een les die niet veroudert
De gebeurtenissen van 4 mei 1970 lijken ver weg, maar zijn het niet. In 2023 wilde lhbti+-vereniging Gay tijdens de dodenherdenking een krans leggen in het Zuid-Hollandse Nieuwe-Tonge. Hun verzoek werd afgewezen, omdat het dorp 'er nog niet klaar voor zou zijn'. Na veel commotie werd de kranslegging alsnog toegestaan.
Erkenning komt zelden vanzelf. Enno den Daas en Ad van Delden wisten dat in 1970. Ze liepen toch de Dam op.
Bronnen IHLIA LGBTI Heritage, Geen krans op de Dam — With Pride & online expositie (2020/2025) | Amsterdam750, Geen krans op de Dam | Wikipedia NL, Homomonument Amsterdam | Winq, Vermoorde homo's hoeven geen krans (2025) | Movisie, De vrijheid om jezelf te zijn