boomer

Dit is de eerste Gaykrant-column door Dusty Gersanowitz, icoon in de community. Dusty Gersanowitz (alter ega van Willem de Wit) verscheen voor het eerst in 1997 in De Trut, maar echt tot bloei kwam zij in de legendarische Queen's Head op de Zeedijk, nummer 20. Willem: "De Zeedijk was toen één groot gat: wie opent er nu daar een zaak? Wij dus. In The Queen's Head zwaaide Dusty de scepter over de bingo. In 2004 was het genoeg. Willem en zijn partner verkochten de tent en Willem hing de torenhoge pruiken aan de wilgen. Tot het weer nodig werd: anno nu is Dusty terug om ons eraan te herinneren dat zwijgen geen optie is en verzet nodig is. De aanwezigheid van Dusty in onze gelederen is hard nodig.

De old boys van het DOK

Ik kan me nog herinneren dat ik als jong blaag in het DOK rondhing op jacht naar seks, en me mateloos ergerde aan die oude mannen die verlustigd naar elke jonge bink staarden. Die knarren hoorden thuis te blijven, want hun tijd zat er allang op. Nu ben ik net 67 geworden — et voilà — ik ben geworden tot datgene wat ik toen verachtte. Ik verzacht de pijn door mezelf voor te houden dat ik nog zo lekker met mijn tijd meega, maar dat blijkt ook een illusie.

Ongeschreven codes

Recentelijk heb ik ervaren dat ik toch echt bij de ongemakkelijke groep ben aanbeland. Mijn inzichten in de jongere queer cultuur hebben een flinke opschudding mogen ervaren. Niks kennis van zaken — ondanks doomscrollen op TikTok en alle andere socials ben ik zoekende geworden in een tijdperk dat ik eigenlijk helemaal niet zo goed ken. Er bestaan ongeschreven codes en gewoonten die ik niet meer eigen ben.

Voorbeeld: te veel oogcontact zorgt voor ongemak. Ik wist het niet, maar bezondig me er wel aan. Ik maar denken dat het een bevestigende blik was, zelfs uitnodigend om je uit te spreken — niets daarvan. Dat oogcontact geeft ongemak, weet ik nu. Was het nog een ferme flirt van mijn kant geweest, dan had ik het waarschijnlijk sneller begrepen en als een volkomen begrijpelijk blauwtje opgepakt. Maar het ging om een blik die moest uitnodigen tot het uiten van meningen.

Leer ik hier iets van, vroeg ik me af, toen ik werd geconfronteerd met hoe mijn actie was overgekomen? Conclusie: niet echt, want ik ben een oude vos die zijn gedrag nog maar mondjesmaat kan veranderen.

Een dilemma van formaat

Uit de buurt van jongeren blijven was mijn impulsieve reactie. Maar dat druist in tegen mijn activistische inborst, die nog steeds wil vechten voor onze queer rechten. Oh jee, ik heb een dilemma — temeer omdat queer jongeren tegenwoordig contact in de fysieke wereld als lastig lijken te ervaren en liever digitaal communiceren. Laat me heel duidelijk zijn: die vorige zin is een absolute aanname vanuit mijn boomerbrein.

Ik merk wel dat de huidige queer community zich grotendeels digitaal manifesteert, en daar zijn wij oude mannen de weg kwijt. Zolang wij nog liefdevol over Facebook jakkeren met onze berichten, heb ik de stellige overtuiging gekregen dat jongeren dat platform allang verlaten hebben. Zo zijn we verworden tot precies die oudere types die ik zo verachtte in het DOK. Als je praat over een spiegel voorhouden — nou, daar is hij dan.

Daddy is in the house

Maar wat schetst mijn verbazing: ik ben ineens verworden tot daddy. Contradictie? Aan de ene kant ben ik een dinosauriër uit een voorgaande eeuw, aan de andere kant ben ik plotseling toegetreden tot een doelgroep die begeerd wordt door — daar komt hij — queer jongeren. Ik voel me daar dubbel bij. Als seksobject kan ik er wel iets mee, ook al vraag ik me af of dat oude lijf dan niet een upgrade moet om aan die fantasie te voldoen. De boomerverwarring slaat keihard toe.

Nog relevant?

Kan ik nog iets wezenlijks betekenen met mijn jaren van ervaring op het gebied van activisme en strijd voor onze rechten? Of ben ik zo uit beeld geraakt dat mijn geschreeuw absoluut geen recht meer doet aan de huidige strijdtonelen?

Digitaal hebben onze queer jongeren nogal wat te verstouwen met alle toetsenbordridders die lekker anoniem losgaan. In de fysieke wereld is het ook grof gezegd zwaar klote voor onze queer community. De vraag blijft: hoe kan ik in deze tijden nog in gesprek blijven met jongeren, als we kennelijk heel andere talen spreken? Houden we onszelf voor dat we nog relevant zijn, of zijn we verworden tot de oude mannen die kwijlend langs de rand van de dansvloer in het DOK staan te gluren, zonder het besef dat we uit gestreden zijn?

Troost in de toekomst

De boomerverwarring is ernstig aanwezig in mijn wazige brein. Onze maatschappij verandert in een moordend tempo en digitaal ontstaan verwerpelijke invloeden die jongeren kanten opduwen die ik hartstochtelijk verwerp. Toch lukt het me niet meer om dat beeld onder de aandacht te krijgen. Daar zijn we terug bij het begin van mijn betoog. Ik wil veel, maar mijn leeftijd en de daarmee samenhangende achterstand in besef van hoe het allemaal werkt, nekken me.

De enige geruststellende gedachte die overblijft: ook de huidige jonge queer community zal ooit een vergelijkbare gedachte hebben. Dat duurt nog dik vijftig jaar, maar ik vind er troost in.

boomer1

Dusty Gersanowitz (Willem de Wit) verscheen voor het eerst in 1997 voor het eerst in De Trut, maar echt tot bloei kwam zij in de legendarische Queen’s Head op de Zeedijk, nummer 20, Willem: “De Zeedijk was toen één groot gat: wie opent er nu daar een zaak? Wij dus. We kregen enorme steun van Greet, de zus van Bet van Beeren. Zij geloofde in ons idee. De tent moest voor iedereen zijn, zonder dat gedoe dat jongere mannen niet met ouderen of minder aantrekkelijke jongens wilden praten omdat ze buiten hun norm vielen. Nee, ik drukte mijn personeel op het hart met iedereen te praten. Geen gedoe, weg met die hokjes. We mogen er allemaal zijn.” In The Queen’s Head zwaaide Dusty zwaaide scepter over de bingo. Inj 2004 was het genoeg. Willem en partner verkochten de tent en Willem hing de torenhoge pruiken aan de wilgen. Tot het weer nodig werd: anno nu is Dusty weer terug om ons te herinneren dat zwijgen geen optie is en verzet nodig is. De aanwezigheid van Dusty in de gelederen is hard nodig.