
Door: Steven Pieters, oud-voorzitter van de WHAm, Amersfoort
Toen ik destijds voorzitter was van de Werkgroep Homosexualiteit Amersfoort (WHAm) viel mij het volgende op. Tijdens de Dodenherdenking op 4 mei waren wij namens de WHAm altijd aanwezig met een herkenbaar bloemstuk waarin een Roze Driehoek was verwerkt. Wij stonden nooit vooraan, maar ergens in de massa die naar het monument De Stenen Man (Gevangene staand voor het vuurpeloton) liep, vlak bij het voormalige Kamp Amersfoort.
Het was een doodlopend pad dat naar dat oorlogsmonument liep. Aan de rechterkant van dat pad liep je heen en aan de linkerkant liep je vervolgens weer terug. Je kon dus iedereen die als eersten bloemen mochten leggen recht in hun gezicht kijken. Omdat wij door ons bloemstuk zo herkenbaar waren begrepen velen waar wij en ons bloemstuk voor stonden. Maar dat leverde – helaas – niet altijd vriendelijke of neutrale gezichten op. Integendeel, de lichaamstaal van velen was minachtend en soms ook boos. Alsof wij door onze zichtbare aanwezigheid de Dodenherdenking verpestten en onteerden. Herkenbaar?
Maar wanneer wij vanuit onze LGBTQIA+ gemeenschap niet jaar in en jaar uit aandacht blijven vragen voor degenen die met een Roze Driehoek in de concentratiekampen terecht zijn gekomen en daar zijn omgekomen, dan wordt dat deel van de geschiedenis vergeten. Niemand anders vertelt dat verhaal en de belangstelling ervoor is niet erg groot.
Nu onder de jeugd de houding ten opzichte van homoseksualiteit aan het verslechteren is is het des te belangrijker om dit verhaal te blijven vertellen. Ik heb ooit iemand gesproken die tijdens een razzia in Den Haag door de Duitsers werd opgepakt vanwege zijn homoseksualiteit. Waarschijnlijk was hij verraden, want hoe anders konden de Duitsers weten dat hij homoseksueel was? Dat hij homoseksueel was stond namelijk niet in het bevolkingsregister, zoals dat voor Joden helaas wel het geval was. Hij heeft uren in de gevangenis gezeten, niet wetende wat er met hem zou gaan gebeuren. En hij vertelde mij hoe hij doodsangsten heeft uitgestaan tijdens die uren in de gevangenis. Gelukkig werd hij uiteindelijk vrijgelaten door de Duitsers, waarschijnlijk vanwege gebrek aan bewijs. Echter, hij heeft een stevig trauma aan deze ervaring overgehouden, wat hij de rest van zijn leven met zich heeft meegedragen.
Wat ook niet veel mensen weten is wat het betekende om een Roze Driehoek te moeten dragen in een concentratiekamp. Binnen de kampen was een sprake van een hiërarchie en in de kampen waarin ook homoseksuelen werden opgesloten stonden de mensen met een Roze Driehoek onderaan in de kamphiërarchie. Iedereen in het kamp keek op hen neer. Er was dus geen sprake van solidariteit tussen de concentratiekampgevangenen, maar juist een groot gevoel van groepsidentificatie, wat de aanduiding-tekens zoals de Davidster en de Roze Driehoek ook versterkte. Voor de mensen met een Roze Driehoek moet het leven in een concentratiekamp dus extra zwaar zijn geweest. Maar daar hoor jij bijna niemand over en al helemaal niet tijdens de Dodenherdenking op 4 mei.
Hoe gaan wij vanuit onze gemeenschap er voor zorgen dat jaar in en jaar uit ook dit verhaal verteld wordt? En hoe gaan wij ervoor zorgen dat voortaan vertegenwoordigers namens onze gemeenschap helemaal vooraan staan tijdens de Dodenherdenking? Wij vertegenwoordigen een groepering die ook een doelwit was van de Naziterreur omdat het een afwijkende, kwetsbare minderheid was. Die waarschuwing dient altijd en vooral ook op 4 mei door te klinken. Niet bescheiden en ergens weggestopt. Maar vooraan en voor iedereen zichtbaar. Draag de Roze Driehoek met trots en toon onze strijdbaarheid. Dat is tegenwoordig nog veel meer nodig dan gedurende de afgelopen periode. Het is geen koek en ei in Nederland wanneer het om onze GLBTQIA+-rechten gaat. Té lang hebben we met elkaar gedacht dat onze emancipatie klaar was en dat dat proces succesvol was verlopen. Maar dat is dus niet zo en dus moeten we met elkaar weer aan de bak. Zorg dus dat je namens onze gemeenschap voortaan vooraan staat tijdens de lokale Dodenherdenkingen. Schrijf binnenkort een brief naar het college van burgemeester en wethouders van jouw woonplaats en eis (!) op diplomatieke wijze een plek vooraan op. Maar ook tijdens de Nationale Herdenking op de Dam dient bijvoorbeeld de voorzitter van het COC vooraan te staan met een herkenbare bloemenkrans.
Wanneer wijzelf niet voor onze rechten en onze plek opkomen, zal niemand anders dat voor ons doen. Dit deel van onze geschiedenis mag nooit vergeten worden. Kom in actie!
Beeld: Nationaal Comité 4 en 5 mei en Queer Stories Utrecht