queer1

Door: Onderzoeks-redactie

Vooral met World Pride blijkt het woordje ‘queer’ alom gebruikt te worden om de LHBTI+ gemeenschap aan te duiden. Er is altijd discussie geweest over welke woorden men voor zichzelf wil gebruiken of waarmee we de hele gemeenschap aanduiden.

Queer: sinds 1513

Het woordje ‘queer’ duikt al op in 1513, in het Engels, met de betekenis ‘niet normaal’ of ‘eigenaardig’. Vervalste munten heetten ‘queer’, en wie zich niet lekker voelde, zei dat hij zich ‘queer’ voelde. Pas rond 1894 kreeg het woord voor het eerst een seksuele lading: de Marquess of Queensberry gebruikte het toen als aanduiding voor homoseksuele mannen. Vanaf ongeveer 1914, vooral in de Verenigde Staten, werd ‘queer’ steeds vaker gebruikt als denigrerende term voor mensen die niet heteroseksueel waren — al merkt een Engels slangwoordenboek op dat het woord “derogatory from the outside, not from within” was: buitenstaanders gebruikten het als belediging, terwijl sommigen binnen de gemeenschap het woord juist voor zichzelf claimden.

Die herwaardering kreeg pas echt vorm in de late jaren tachtig, versneld door de aidscrisis en de felle strijd voor gelijke rechten die daaruit voortkwam. Uit ACT UP (AIDS Coalition to Unleash Power), opgericht in 1987, ontstond begin jaren negentig Queer Nation — een radicale actiegroep die zich verzette tegen geweld tegen homoseksuelen en die het woord ‘queer’ bewust en trots opeiste als geuzennaam.

Sindsdien is de betekenis van ‘queer’ verder verbreed: het wordt tegenwoordig niet alleen gebruikt voor seksuele geaardheid, maar ook voor genderidentiteit, in samenstellingen als ‘genderqueer’. De Q in de afkorting LHBTQ+ staat voor ‘queer’, of soms voor ‘questioning’ (twijfelend over de eigen geaardheid of genderidentiteit).  Ook in de journalistiek is het woord langzaam geaccepteerd. De Amerikaanse AP Stylebook staat het gebruik toe wanneer mensen of organisaties het zelf voor zichzelf hanteren, maar raadt het af als scheldwoord. De Amerikaanse vereniging van LHBTQ-journalisten (NLGJA) noemt het “reclaimed by some” als koepelterm, maar waarschuwt dat het voor anderen nog altijd kwetsend kan zijn. De vuistregel: vraag het gewoon, in plaats van te veronderstellen.

queer2

En hoe zit het met ‘gay’ en ‘homo’?

‘Queer’ staat niet op zichzelf: het is een van meerdere woorden waarmee mensen zichzelf door de tijd heen hebben benoemd, en die elk hun eigen geschiedenis hebben.

‘Gay’ komt van het Oudfranse gai, dat in de Middeleeuwen simpelweg ‘blij’ of ‘vrolijk’ betekende, en later ook ‘schitterend’ of ‘uitbundig’ ging aanduiden. Tegen het einde van de negentiende eeuw kreeg het woord in het Engels ook een associatie met een losbandige levensstijl — een ‘gay house’ was toen bijvoorbeeld een bordeel. Binnen homoseksuele kringen zelf werd ‘gay’ al vanaf de jaren twintig van de vorige eeuw gebruikt als geuzennaam; pas vanaf de jaren vijftig raakte de bredere samenleving bekend met deze betekenis. Anders dan ‘queer’ is ‘gay’ dus nooit primair een scheldwoord geweest — het werd van meet af aan overwegend positief gebruikt, wat mede verklaart waarom veel mensen zich er comfortabeler bij voelen. En ja, niet voor niets heeft deze krant zich de Gaykrant genoemd, al raakte die naam al snel achterhaald.

queer3

‘Homo’, in het Nederlands de gangbare verkorting van ‘homoseksueel’, gaat terug op het Griekse homos (‘gelijk’), zoals de Hongaars-Duitse schrijver Karl-Maria Kertbeny het in 1868 samenvoegde tot het nieuwe woord ‘homosexual’. In Nederland is ‘homo’ vanaf de jaren zeventig, mede dankzij de emancipatiebeweging rond het COC, uitgegroeid tot een gewone, neutrale aanduiding — al wordt het, net als ‘gay’, in andere contexten nog steeds als scheldwoord misbruikt. Het radioprogramma Homonos gebruikte de term, ook al gingen de uitzendingen nooit expliciet over alleen homo mannen. 

Niet iedereen voelt zich ‘queer’.

Dat is precies waar op dit moment binnen de gemeenschap over wordt gediscussieerd. Vooral oudere lhbti+’ers geven aan dat ‘queer’ voor hen altijd verbonden zal blijven met de tijd dat het als belediging werd gebruikt en met persoonlijke ervaringen van pesterijen of geweld; zij noemen zichzelf liever ‘gay’ of ‘homo’. Jongere generaties, die vaker zelf met ‘gay’ als scheldwoord zijn gepest, ervaren ‘queer’ juist als een bevrijdend en flexibel koepelbegrip, dat ruimte biedt voor wie zich niet in één hokje laat vangen. Het is dus geen kwestie van welk woord ‘juist’ is, maar van persoonlijke geschiedenis, leeftijd en voorkeur — met als vuistregel dat je, zoals de Amerikaanse journalistenrichtlijnen ook adviseren, het beste gewoon kunt vragen hoe iemand zelf genoemd wil worden.

En dan is er nog ‘flikker’ en ‘nicht’

Twee woorden die in Nederland een geheel eigen, en veel beladener, geschiedenis hebben, zijn ‘flikker’ en ‘nicht’.

‘Nicht’ is verrassend oud: de vroegste vastgelegde vermelding stamt al uit 1730, toen het Hof van Friesland tijdens de beruchte sodomieprocessen (1730–1731, waarbij tientallen mannen werden vervolgd en geëxecuteerd) stuitte op het codewoord ‘nigt’. Verdachten spraken elkaar onderling aan met vrouwelijke namen, zoals ‘nigt Petronella’ of ‘nigt Johanna’ — een schuilnaam binnen een ondergrondse subcultuur, ontleend aan het gewone woord ‘nicht’ (voor een vrouwelijke bloedverwant) vanwege de vermeend vrouwelijke eigenschappen die aan deze mannen werden toegeschreven. In het Bargoens bestond zelfs de uitdrukking ‘hij komt uit Nigtevecht’ om aan te duiden dat iemand homoseksueel was. Het woord werd dus al drie eeuwen geleden door de gemeenschap zelf gebruikt, nog voordat het in de bredere samenleving een scheldwoord werd. Nog steeds noemen veel oudere homomannen zich of elkaar een nicht.

queer4

‘Flikker’ is van veel recentere datum: de oudste vastlegging in deze betekenis dateert van 1916. Over de herkomst bestaat geen zekerheid, maar de meest gangbare verklaring legt een verband met het werkwoord ‘flikkeren’ (weerlichten, bliksemen) — vergelijkbaar met hoe ook ‘bliksem’ en ‘donder’ ooit als krachttermen dienstdeden. Voordat het woord specifiek ‘homoseksueel’ ging betekenen, was het in het Bargoens (boeventaal) al een algemeen scheldwoord zonder vaste betekenis. In de jaren tachtig noemde het meldpunt, geïnitieerd door de Schorer Stichting, voor anti homo geweld (het potenrammen) zich niet voor niets pontificaal: Op je Flikker Gehad. 

Beide woorden staan volgens het Homo-erotisch woordenboek van Arendo Joustra inmiddels te boek als termen die door ‘strijdbare homo’s’ ook als geuzennaam worden gebruikt — net als bij ‘queer’ dus een poging tot herwaardering. Maar die herwaardering ligt gevoeliger dan bij ‘gay’, ‘homo’ of zelfs ‘queer’. Waar ‘flikker’ bij ‘queer nation’-achtige groepen soms bewust en strijdbaar wordt gebruikt, blijft het in de praktijk van alledag — op straat, op de tribune, op het schoolplein — vooral nog een woord waarmee mensen worden nageroepen en beledigd. Voor veel lhbti+’ers, ongeacht leeftijd, is ‘flikker’ daardoor minder een kwestie van generatieverschil dan bij ‘queer’, en eerder een woord dat vrijwel alleen binnen de eigen kring, met humor en onderling begrip, als geuzennaam werkt — terwijl het in de mond van een buitenstaander vrijwel altijd als belediging wordt ervaren.

queer5

En het woord voor lesbische vrouwen: ‘pot’

Waar ‘flikker’ en ‘nicht’ vooral op homoseksuele mannen slaan, heeft ook de geschiedenis van lesbische vrouwen een eigen, geuzennaam geworden scheldwoord opgeleverd: ‘pot’.

Pot: Het woord is een verkorting van ‘lollepot’, oorspronkelijk de naam van een stenen vuurpot waarmee vrouwen zich in de zeventiende en achttiende eeuw warmden. ‘Bij de lollepot zitten’ betekende aanvankelijk niets meer dan gezellig kletsen bij de kachel — maar de gewoonte van vrouwen om innig bij elkaar te kruipen kreeg geleidelijk een seksuele bijklank. Als ‘lollepot’ voor een vrouw die ‘zich aan ontucht met vrouwen overgeeft’ is het woord in elk geval sinds 1906 gedocumenteerd, en het past in een langere Nederlandse traditie: eind achttiende eeuw kwam het voor dat vrouwen in Amsterdam voor de rechter moesten verschijnen wegens seksuele relaties met andere vrouwen, iets waarover de historicus Theo van der Meer heeft gepubliceerd. In de twintigste eeuw werd ‘lollepot’ ingekort tot het kortere en hardere ‘pot’. Vrouwencafe’s werden expliciet Pottencafe’s genoemd, ook door de vrouwen zelf. Zij aan Zij heeft hier een mooi informatief artikel over deze ‘lesbiaanse taal’ geschreven, o.a. aan de hand van in 1991 door Hanneke Kunst en Xandra Schutte gepubliceerde boek Lesbiaans, Lexicon van lesbotaal. Het woord is anno nu overgenomen door o.a. de Brabantse Pot Cast (zie boven) voor en door lesbische vrouwen.

Net als ‘flikker’ en ‘nicht’ is ‘pot’ door de gemeenschap zelf heroverd. Het Lesbotaal Lexicon uit 1991 omschrijft een ‘pot’ simpelweg als ‘een vrouw die van vrouwen houdt’, zonder negatieve bijklank — en in de jaren zeventig en tachtig noemden strijdbare lesbische activisten, onder meer in Rotterdam, zich met trots ‘potten’. Tegelijk geldt voor ‘pot’, net als voor ‘flikker’, dat het woord uit de mond van een buitenstaander doorgaans nog altijd als belediging wordt opgevat.

Vier kleinere, opvallende woorden: poot, Utrechtenaar, van de verkeerde kant, van het handje zijn

Naast de grotere, bekendere termen kent het Nederlands nog een handvol woorden en uitdrukkingen met een eigen, vaak verrassende geschiedenis.

Poot is de kortste en hardste van de vier: een scheldnaam die volgens het Homo-erotisch woordenboek (1988) vooral in dreigende, agressieve context werd gebruikt — het woordenboek citeert als voorbeeldzin “Jongens, een poot! Laten we ’m even rammen!” Het woord hangt vermoedelijk samen met ‘ruigpoot’, een ouder scheldwoord dat teruggaat op hetzelfde beeld als de uitdrukking ‘van de verkeerde kant zijn’ (zie hieronder): de ruige, behaarde kant van de hand.

Utrechtenaar heeft een opmerkelijk precieze oorsprong: de stad Utrecht raakte al in 1713 in opspraak door beschuldigingen tegen buitenlandse diplomaten, maar de associatie werd vooral gevestigd door de grote sodomieprocessen van 1730. Die begonnen bij de ruïne van de Domkerk, een ontmoetingsplek voor mannen, en groeiden uit tot een landelijke vervolgingsgolf; in Utrecht zelf werden zo’n veertig mannen berecht, van wie er achttien werden gewurgd. Uitdrukkingen als ‘hij is van achter de Dom’ hielden de associatie levend, en al in 1861 stond ‘Utrechtenaar’ in een woordenboek als aanduiding voor een homoseksuele man. Zo hardnekkig was de bijklank dat het Utrechtsch Nieuwsblad het woord in 1947 uit de krant weerde, waarna ‘Utrechter’ de gangbare, neutrale aanduiding voor stadsgenoten werd. Tegenwoordig gebruiken sommige Utrechtse homomannen ‘Utrechtenaar’ juist weer met trots als geuzennaam.

queer6

Van de verkeerde kant zijn is sinds 1963 gedocumenteerd en verwijst naar een fysiek gebaar: de ‘ruige’ of behaarde achterkant van de hand, tegenover de gladde binnenkant — vandaar ook weer het verband met ‘ruigpoot’. Bekende varianten van deze omschrijving zijn onder meer ‘van de begonia’s’, ‘van de beweging’ en, niet toevallig, ‘van Utrecht zijn’. De Eindhovense actiegroep Roze Driehoek gaf De Verkeerde Krant uit (illustratie: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe))

Van het handje zijn deelt dat handgebaar: met de vingers van de ene hand op de rug van de andere tikken. Curieus genoeg had de uitdrukking tijdens en na de Tweede Wereldoorlog eerst een heel andere betekenis — ‘van het handje zijn’ duidde toen op NSB’ers, vanwege de Hitlergroet met de rechterhand. Pas vanaf de jaren zeventig kreeg de uitdrukking de betekenis ‘homoseksueel’, met in het Duits een grappige tegenhanger: ‘von der anderen Fakultät sein’ (‘van de andere faculteit zijn’).

Er is geen ‘juist’ woord — alleen een voorkeur

Wat opvalt aan al deze woorden — queer, gay, homo, flikker, nicht, pot, poot, Utrechtenaar en de uitdrukkingen erbij — is dat de discussie over welke naam de voorkeur verdient eigenlijk nooit is weggeweest. Al decennialang, en binnen elke generatie opnieuw, wordt binnen de lhbti+ gemeenschap gesproken over welk woord het prettigst voelt: iemands leeftijd, persoonlijke geschiedenis, regio en de context waarin een woord wordt gebruikt, spelen daarbij allemaal mee. Een scheldwoord voor de één is voor de ander juist een geuzennaam waarmee identiteit en trots worden uitgedragen.

Regenboog gemeenschappen

Gaykrant kiest in de eigen berichtgeving bij voorkeur voor het woord ‘regenboog’ als overkoepelende, inclusieve term — juist omdat dat woord, anders dan de hierboven beschreven begrippen, geen beladen geschiedenis als scheldwoord met zich meedraagt en ruimte biedt aan de volle breedte van de lhbti+ gemeenschap.

Bronnen

- [How the word 'queer' was adopted by the LGBTQ community](https://www.cjr.org/language_corner/queer.php) — Columbia Journalism Review (oorspronkelijke bron voor dit artikel)

- [Gay – Etymology, Origin & Meaning](https://www.etymonline.com/word/gay) — Etymonline

- [Queer or gay? Why LGBTQ+ people are fiercely debating former slur being reclaimed](https://www.thepinknews.com/2023/01/10/queer-or-gay-slur-debate/) — PinkNews

- [nicht – Etymologiebank](https://www.etymologiebank.nl/trefwoord/nicht)

- [flikker – Encyclo / WNT](https://www.encyclo.nl/begrip/flikker)

- [flikker – Homo-erotisch woordenboek (Arendo Joustra, 1988), via Ensie](https://www.ensie.nl/homo-erotisch-woordenboek/flikker)

- [nicht – Homo-erotisch woordenboek (Arendo Joustra, 1988), via Ensie](https://www.ensie.nl/homo-erotisch-woordenboek/nicht)

- [lollepot – Encyclo](https://www.encyclo.nl/begrip/lollepot)

- [pot – Lesbotaal Lexicon (1991), via Ensie](https://www.ensie.nl/lesbotaal-lexicon-1991/pot)

- [Tribades on Trial: Female Same-Sex Offenders in Late Eighteenth-Century Amsterdam](https://www.alpennia.com/lhmp/lhmp-225-van-der-meer-1991-tribades-trial-female-same-sex-offenders-late-eighteenth-century) — Theo van der Meer

- [poot – Homo-erotisch woordenboek (Arendo Joustra, 1988), via Ensie](https://www.ensie.nl/homo-erotisch-woordenboek/poot)

- [Utrecht sodomy trials – Wikipedia](https://en.wikipedia.org/wiki/Utrecht_sodomy_trials)

- [Utrechtenaar in de ban – Verhaal van Utrecht](https://verhaalvanutrecht.nl/verhalen/utrechtenaar-in-de-ban)

- [van de verkeerde kant zijn – Woordenboek van Populair Taalgebruik, via Ensie](https://www.ensie.nl/woordenboek-van-populair-taalgebruik/van-de-verkeerde-kant-zijn)

- [van het handje zijn – Woordenboek van Populair Taalgebruik, via Ensie](https://www.ensie.nl/woordenboek-van-populair-taalgebruik/van-het-handje-zijn)