ja211

Hij is een van de nieuwe gezichten in de Tweede Kamer: JA21‑er Ranjith Clemminck‑Croci. En hij trekt de aandacht. Niet alleen door zijn scherpe dossierkennis, ook door de vanzelfsprekende manier waarop hij zijn man en hun huwelijk een plek geeft in zijn politieke verhaal. In zijn maidenspeech liet hij zien dat hij geen politicus is die om de hete brij heen draait. Met persoonlijke openheid en stevige overtuigingen zet Clemminck‑Croci een toon die zowel binnen als buiten de Kamer nieuwsgierigheid wekt.

Door Ranjith Postma. Foto’s: Parlement.com, JA21

‘Hoi, met Ranjith.’

‘Met Ranjith, van Gaykrant. Jij spreekt het zo uit, dus.’

‘Ja. Geen idee hoe het hoort eigenlijk, dit is míjn manier.’

‘Bij welk clubje hoor ik?’

Het is exemplarisch voor hoe geadopteerden hun eigen pad banen tussen twee culturen. Clemminck-Croci en ik kennen elkaar niet. We delen een voornaam, geboorteland en adoptieachtergrond. Hij spreekt ABN met een vleugje Brabantse zachte g, ik met een wat knauwerig Gronings accent.

Vraag jij het je wel eens af, waar hoor ik bij?

“Ja, heus wel. Mensen die geadopteerd zijn vragen zich niet alleen af, wie ben ik en hoe wil ik in het leven staan, zoals ieder ander. Geadopteerden vragen zich ook af, bij wie hoor ik? Van kinds af aan al, denk ik, beseffen we dat er groepjes zijn waar we niet bij horen. Of misschien wel bij horen, maar half bij horen. Ik ben Nederlander, zo voel ik mij ook, en tegelijkertijd misschien net niet helemaal.”

‘De Nederlandse gemeenschap dreigt door enerzijds massamigratie en anderzijds verwaarlozing van de eigenheid te verworden tot een willekeurige plek op de aarde.’

Want?

“Wat voor gemeenschap is Nederland? Welke cultuur hoort bij ons? Met welke normen en waarden en welke tradities? Als kind, ook als geadopteerd kind, kijk je daar natuurlijk niet op die manier naar. Je hebt geen enkel besef van Nederland als cultuurgemeenschap en als volk. Maar ik groeide wel op in een Nederlands gezin en er komt een moment dat je je realiseert dat je anders bent. Diep van binnen voelde ik de behoefte: ik wil daar onderdeel van zijn, van dat Nederlandse clubje. De vraag is alleen, lukt dat?”

Wat is het criterium?

“Jij uit Groningen, ik uit Tilburg, wij zijn verbonden met elkaar ook al kennen we elkaar niet. Toch voelen we een verbondenheid, verantwoordelijkheid naar elkaar. Dat is wat een cultuurgemeenschap doet. En dat staat onder druk. De Nederlandse gemeenschap dreigt door enerzijds massamigratie en anderzijds verwaarlozing van de eigenheid te verworden tot een willekeurige plek op de aarde met 18 miljoen burger-zzp’ers.

Van dat soort dingen ben ik mij bewust en ik hecht daar waarde aan. Met elkaar vormen wij dit land, Nederland en samen zijn wij Nederlanders.”

ja212

Foto: Beëdiging in de 2e Kamer

Want wij zijn samen één?

“JA21 wil onze Nederlandse gemeenschap behouden en versterken. En tegelijkertijd de mensen die die gemeenschap vormen heel veel individuele vrijheid geven.

In Tilburg heb ik op drie basisscholen gezeten.”

Je had een grote mond?

“Nee, nee, zeker niet. Mijn ouders waren niet tevreden over het onderwijs. Of het handig was weet ik niet, maar ze wilden het beste voor mijn broer en mij. Je leert om je nieuwe omgevingen heel snel eigen te maken, je plek vinden. Ik was altijd en overal waar ik kwam de kleinste. Nu nog steeds. Maar ik was wel aanvoerder van mijn voetbalelftal. Ik ben ook niet op mijn mondje getrapt of bang aangelegd.

Al was ik één meter tachtig geweest of in één keer naar het VWO gegaan, ik was nog dezelfde persoon geweest als ik nu ben.

Op het VMBO in Tilburg Zuid, een wijk met veel allochtonen, heb ik net zo veel geleerd als op de universiteit met veel autochtone Nederlanders. In eerste instantie heb ik andere dingen geleerd. Sociale intelligentie bijvoorbeeld. In een klas waar niet iedereen geïnteresseerd is in de lesstof en waar het recht van de sterkste soms gold moet je je – zeker als kleinste – staande houden.”

En jij had nergens aansluiting bij.

“Ik ging met beide groepen om, de allochtone- en autochtone kinderen in mijn klas. En tegelijkertijd was ik nooit honderdprocent onderdeel van één van die groepen. In die positie leer je wat ervoor zorgt dat iemand wel of niet tot een bepaalde groep behoort.

Je leert je plek opeisen. Wat mij hielp was de taal van het voetbal. Het was een gemeenschappelijke deler waarbinnen ik mijzelf kon zijn en mijn plek op het schoolplein pakte op basis van wie ik ben.

‘Iik maak daar nooit een punt van hoor, maar ook als het gaat om de L de H de B de T en de I, ik zit op de letter B en niet op de H. Ook in die zin ben ik anders dan je misschien verwacht.’

Weet je?”

Nou?

“Ja, ik maak daar nooit een punt van hoor, maar ook als het gaat om de L de H de B de T en de I, ik zit op de letter B en niet op de H. Ook in die zin ben ik anders dan je misschien verwacht. Het paste niet bij mijn vriendjes die achter de meiden aan zaten en wat bleek, ook niet bij de jongens die op jongens vielen.”

Hoe zou dat in Sri Lanka geweest zijn?

Daar zou ik met de nek aangekeken zijn als ik uit de kast was gekomen, het is wettelijk verboden hè.  Tegelijkertijd, het is een land van contrasten. Jaren geleden was ik er op vakantie met mijn toenmalige vriendin. We sliepen in een van de duurste hotels van het land, wat ik in Europa niet kan betalen. Daar lag de rijke kunstzinnige hogere middenklasse aan het zwembad decadent te doen met champagne. Die mensen zijn wel open minded, maar die groep is relatief klein. En als ik in Sri Lanka opgegroeid zou zijn zou ik daar ook nooit tussengekomen zijn.

Van een politieke partij koop je het lidmaatschap.

“Ik heb bewust gekozen voor JA21. Ik ben één van de eerste leden, enkele weken na oprichting melde ik me in januari 2021 aan. En voor hen zit ik nu in de Tweede Kamer.”

Slapend lid?

Ik kende geen enkele andere partijgenoot tot ik mij kandidaat stelde, afgelopen zomer. Tot mijn grote blijdschap kwam ik op een relatief hoge plek op de kandidaatstellinglijst terecht. Nummer negen. Terwijl nummer een tot en met twintig mensen zijn die elkaar al jaren tegenkwamen op partijbijeenkomsten en soms zelfs lokaal actief zijn.”

Conservatieve club, dat JA21.

“JA21 is een conservatief liberale partij. Twee waarden die je niet snel in één partij terugziet.” 

VVD? PVV?

“Geen van beide. Voor mij is JA21 een partij in de geest van het Fortuynisme. Een sociaalvangnet voor wie het echt nodig heeft, en tegelijkertijd activerend: snel weer zelf kunnen voorzien in een inkomen en in de tussentijd iets teruggeven aan de Nederlandse samenleving met vrijwilligerswerk.

‘We willen allemaal ergens bij horen’

Onze conservatieve blik, die van JA21, zit heel erg op het belang van een Nederlandse identiteit hebben, gemeenschappelijk waarden creëren en onze tradities vasthouden. Tegelijkertijd zijn we ook liberaal. Mensen moeten zichzelf kunnen ontplooien en de individuele vrijheid hebben om zelf te kiezen.”

Dan is de vraag: wie ben je en waar ben je onderdeel van?

“We willen allemaal ergens bij horen. Dat is ook belangrijk. En tegelijkertijd willen we ook als individu gezien worden, als mens, als uniek persoon. Dat past naadloos binnen JA21. Dat heeft een hele sterke link met Pim Fortuyn.”

Onderscheiden jullie je voldoende van de VVD en de PVV?

“De VVD is medeverantwoordelijk geweest voor massamigratie, torenhoge belastingen en een uitdijende bureaucratie. En de PVV, sociaaleconomisch niet rechts zoals wij maar links, heeft een unieke kans laten lopen om resultaat te bereiken. Het was een zooitje.” 

Heeft de overheid een rol in het beschermen van kwetsbare minderheden?

“Zeker wel. En de overheid heeft daar ook mogelijkheden toe. Maar niet volledig. De overheid kan niet afdwingen dat de emancipatie van de LHBTI-gemeenschap volledig slaagt. Ze kan wel de randvoorwaarden stimuleren. Het homohuwelijk, dat is netjes door de overheid geregeld zodat het gelijkwaardig is met anderen.”

En geslachtsverandering?

“Een transitie wordt mede betaald met belastinggeld. Ik vind het heel mooi dat we met elkaar een land hebben waarin we dat voor elkaar over hebben. Daar ben ik trots op. De procedure, vooral waar het minderjarigen betreft, moet wel zorgvuldig zijn. Daar stellen we wat vraagtekens bij.”

‘Gaykrant zegt misschien: je geslacht is je gedrag want je gender is een identiteit, geen biologische objectiviteit. Wij kijken daar anders naar, maar JA21 is niet tegen transgenders.’

En het paspoort?

“Gaykrant zegt misschien: je geslacht is je gedrag want je gender is een identiteit, geen biologische objectiviteit. Wij kijken daar anders naar, maar JA21 is niet tegen transgenders. Absoluut niet. Wij zijn juist heel blij dat we in een land wonen waar je de keuze kunt maken om in transitie te gaan en daar ook nog eens alle psychologische en medische hulp bij kunt krijgen die je wil. Wij zeggen alleen, je geslacht staat in je paspoort. Dat is een overheidsdocument, je moet je oude weer inleveren als je een nieuwe krijgt, het is bedoeld ter identificatie en dat gaat over het objectieve biologische geslacht.

Dus als jij in transitie gaat en je hebt je transitie gehad, uiteraard moeten wij dan als staat, als overheid, jouw geslacht aanpassen in je paspoort en in de BRP, Basisregistratie Personen. Op een slimme, snelle en goedkope manier. En die mogelijkheid is er al. Waar ik heel blij mee ben dat we dat in Nederland hebben.

‘Als jij je vandaag man wil noemen en morgen vrouw, dan behandelen wij je vandaag als man en morgen als vrouw. Wij behandelen je gewoon, omdat we nette mensen zijn’

Wij vinden niet dat, omdat jij voelt dat je een ander geslacht hebt dan je geboortegeslacht en je bent niet in transitie geweest, dat daarom je paspoort en de BRP aangepast moeten worden. Wat niet betekent dat je volledig vrij bent - want ook dat is Nederland en wat ons betreft moet dat zo blijven – om dat in het sociale verkeer te doen. Als jij je vandaag man wil noemen en morgen vrouw, dan behandelen wij je vandaag als man en morgen als vrouw. Gewoon omdat we nette mensen zijn die elkaar een beetje goed willen behandelen.”

ja213

Hoe kijk je naar immigratie?

“Kijk, er zijn landen waar de acceptatie van de LHBTI-gemeenschap, vrouwenrechten en democratie schrikbarend laag is ten opzichte van hoe wij daar in Nederland naar kijken. Het past niet om mensen uit die landen massaal ons land in te laten. Dat is vragen om problemen. Het massaal toelaten van mensen met een grote afstand tot onze Nederlandse cultuur betekent dat je een stapje terug doet op de emancipatieladder.”

Je hebt een hekel aan buitenlanders?

“Natuurlijk niet. Absoluut niet. Ik neem het die mensen niet eens kwalijk, je groeit ook op in een cultuur. Ik geef een voorbeeld, puur fictief: een migrant, een asielzoeker, die nog geen status heeft, maakt zich schuldig aan homohaat. Dan pas je niet in onze samenleving en ga je terug. Onmiddellijk.”

Hoe zit het dan met die liberale waarden? Wij hebben lezers die jouw standpunt als opstapje zien om straks ook asielzoekende LHBTI-ers te weren.

“Nee, wij zijn een gemeenschap van emancipatie. Dat betekent dat de LHBTI-gemeenschap uiteindelijk ook heel verschillend kan kijken naar politieke vraagstukken. Emancipatie betekent ook dat we meer zijn dan die ene letter. Soms links, soms rechts. Voor Israël of pro-Palestina. Voor meer klimaatbeleid of juist minder. We kunnen politiek heel verschillend naar dingen kijken en dat respecteer ik volledig. Mijn stelling is dat homo hatende asielzoekers geen recht hebben op een plek in Nederland. Waar jouw lezers misschien weer op zeggen: dan moeten wij nog harder werken zodat zij sneller integreren. Omdat ze geloven dat dat zin heeft en het een kwestie van tijd is. Maar ik, als individu, heb daar minder vertrouwen in. Ik zie een risico voor mijn eigen emancipatie en dat risico accepteer ik niet.”

‘Wij willen geen diversiteits-, gender- en inclusiebeleid bij de overheid. Gezond verstand, fatsoen en nuchterheid is voldoende.’

En de autochtone bevolking?

“Ik zeg ook niet dat de emancipatie of de acceptatie van onze gemeenschap bij de autochtone bevolking volledig geslaagd is. Zeker niet. Soms heeft het met religie te maken, soms met opleidingsniveau of sociaaleconomische omstandigheden… Nee, het werk is nog niet klaar. Nog lang niet. Ik ben me ervan bewust dat er echt nog wel een wereld te winnen is.”

Maar een LHBTI-agenda hebben jullie niet.

Wij willen geen diversiteits-, gender- en inclusiebeleid bij de overheid. Gezond verstand, fatsoen en nuchterheid is voldoende.  In het nieuws kwam voorbij dat met overheidsgeld een campagne wordt gestart om de verdraagzaamheid en acceptatie voor de LHBTI-gemeenschap bij jongeren op het platteland te bevorderen. Daar gaat ook heel veel geld naartoe. Wij vragen ons dan af of die miljoenen daar het beste besteed worden. Ik woon zelf in Utrecht, ik zie geen enkel project dat specifiek gaat over, ik zeg maar wat, Kanaleneiland, waarvan ik zeker weet dat daar de problemen nog vele malen groter zijn.”

Dus waar hoor je bij?

“Voluit is mijn naam Danny Ranjith Franciscus Clemminck-Croci. Vroeger werd mijn voornaam Danny gebruikt: de Westerse naam die mijn ouders bedacht hadden. Tegenwoordig gebruik ik als voornaam Ranjith. Dat is Sri Lankaans en betekent hij die overwint en charme brengt. Mijn derde voornaam, Franciscus, verwijst naar mijn opa en mijn door en door katholieke opvoeding: jarenlang in het kerkkoor en misdienaar.

Mijn achternaam Clemminck verwijst naar mijn Zeeuwse roots van vaderskant en Croci is de naam van mijn Italiaanse man. Enfin, dan heb je dus D.R.F. Clemminck-Croci, roepnaam Ranjith.

Mijn moeder is een echte Tilburgse, mijn vader komt uit Terneuzen. Wij spraken thuis Algemeen Beschaafd Nederlands, het Tilburgs beheers ik niet. Maar ik ging wél met mijn vader naar Willem II en ik heb daar zelfs een tijdje gevoetbald in de jeugd. Dus dat Kruikezeikershart heb ik zeker. Nu woon ik in Utrecht en werk ik in Den Haag.”

En de JA21-kamerfractie?

“Als ik heel eerlijk ben, jij en ik hebben net mijn ervaringen met groepjes besproken, ik was benieuwd.”

Benieuwd?

“Ja. Kijk, ik kwam totaal uit het niets hoog op de lijst en nu dus in de Kamer. De andere acht JA21-kamerleden hadden al jaren een intensieve relatie met elkaar en kennen elkaar goed. Ze hebben verkiezingswinsten gevierd en verliezen samen verwerkt. Hoe zouden zij mij ontvangen? Dat is toch spannend.”

En?

“Met openarmen. Wat ons bindt is onze visie op Nederland vanuit het Fortuynisme. Samen vormen we een hecht team van negen 2e Kamerleden en tal van fractiemedewerkers. En tegelijkertijd zijn we individuen met allemaal onze eigenaardigheden. Sommige zijn voor Willem II, andere voor Feyenoord. Er zijn fractiegenoten uit de Randstad en de regio. Sommigen, zoals ik, katholiek, anderen seculier. Sommige drinken na het diner een cappuccino. Daar waag ik me, met mijn Italiaanse man naast me, niet aan.

Ach, gemeenschap en individu. Daar zijn we weer.”