
Gaykrant besteedt in twee delen aandacht aan Utrecht Pride (zaterdag 6 juni a.s.). Op de allereerste boot staat de scholengroep PCOU Willibrord. De dans is ingestudeerd op Descart, een unieke vorm van voortgezet onderwijs voor vwo en voor havo. De school voor design, science & art heeft als onderwijsvisie dat creativiteit een onmisbare bijdrage levert aan de identiteit van jonge mensen én een belangrijke voorwaarde is voor succes.
Dit is deel 2: Interview met onderwijsassistent Mees, werkend op het Stipvso.
Na de dansrepetitie voor de scholenboot van Utrecht Pride 2026 spreekt hoofdredacteur Bamber Delver met Mees, 25 jaar. Een jonge docent en onderwijsassistent die voor veel leerlingen, juist de buitenbeentjes, ongemerkt een veilige plek vormt. Het is opvallend om te zien hoe veilig de leerlingen zich bij hem voelen: ze lopen even naar hem toe, maken een praatje, vertrouwen hem. Ik spreek hem aan tijdens de repetitie. Als ik hem vraag kijkt Mees verrast. In ons latere gesprek blijkt dat hij geen idee heeft hoe belangrijk hij voor deze leerlingen is. Mees is de verpersoonlijking hoe veiligheid er op een school hoort uit te zien.
Je werkt op Stipvso, voortgezet speciaal onderwijs. Wat zie jij bij leerlingen tijdens zo’n gebeurtenis als hun eigen Pride-boot gebeuren?
“Ik zie leerlingen groeien. Er zit bijvoorbeeld een leerling van mijn school bij die autisme heeft en een verstandelijke beperking. Zij is normaal gesproken ontzettend verlegen. Ze durft haar vinger niet op te steken in de klas. Vorig jaar wilde ze op het laatste moment toch niet mee doen. En dat was helemaal oké . Maar nu vanmiddag bij de dansrepetities zie ik haar praten met iedereen. Ze steekt haar vinger op. Ze staat er gewoon. Dat vind ik heel bijzonder.”
Jij kiest tijdens de repetities steeds instinctief voor de leerlingen die zich terugtrekken. Dat valt me enorm op. Je gaat bijvoorbeeld staan bij het groepje leerlingen die liever niet op de foto willen, en dat wordt meteen door hen enorm fijn gevonden. Ze zijn niet langer alleen.
“Ik denk dat dat komt omdat ik weet hoe het voelt om niet gezien te worden. Ik probeer juist degenen te zien die zich niet gezien voelen. Ik ben zelf altijd heel onzeker geweest. Over mijn uiterlijk, maar vooral over mijn persoonlijkheid. Alsof ik er niet mocht zijn. Als ik vroeger iemand op school had gehad die tegen mij zei dat ik er mocht zijn, dan was heel veel misschien makkelijker geweest.”
Je vertelde dat je de nu PABO doet, maar dat het niet makkelijk verloopt.
“Ja. Wegens privéomstandigheden is het lastig geweest om de opleiding af te ronden. Mijn brein werkt anders dan bij het gros van de mensen. Ik merk gewoon dat de Pabo niet echt ingericht is voor neurodiverse mensen. Maar ik werk nu wel als onderwijsassistent. Volgend jaar begin ik aan mijn LIO-stage.”
Je zei voor ons interview al iets heel belangrijks: ‘Ik probeer de persoon te zijn die ik zelf gemist heb.’
“Ja. Dat is eigenlijk precies wat het is.”
Wat zien leerlingen in jou, denk je zelf?
“Ik hoop en denk dat ze zien dat ik hen zie. Dat ik echt probeer te kijken naar de persoon achter de façade. Ik heb zelf ook altijd maskers gedragen. Super vrolijk doen, super energiek zijn. Terwijl het eigenlijk niet goed ging. En omdat ik dat herken, zie ik het ook sneller bij anderen.”
Je vertelde dat hoe slechter het met je ging, hoe vrolijker je je voordeed. Je noemt het zelfs een masker, een façade. Mensen zagen iets heel anders dan hoe je je werkelijk voelde.
“Dat was echt zo. Hoe slechter ik me voelde, hoe drukker en energieker ik werd. Daardoor hadden veel mensen helemaal niet door dat het niet goed ging. Ik ben uiteindelijk thuis komen te zitten met burn-outklachten. Toen viel het mij op dat eigenlijk iedereen (dus ook ik) aannames en vooroordelen heeft, terwijl ze nooit iets hebben gevraagd.”
Toch ben je daar opvallend open over richting leerlingen.
“Toen ik met een burn-out thuis zat, werd mij verteld dat ik gewoon moest zeggen dat ik ziek was. Maar dat voelde niet eerlijk. Dus ik heb tegen leerlingen gezegd dat er een oorlog in mijn hoofd was. Natuurlijk vertel je niet alles, maar ik wilde wel eerlijk zijn. Kinderen voelen het toch als iets niet klopt.”
Veel docenten wordt juist geleerd afstand te houden, ook ik heb dit geleerd tijdens mijn lerarenopleiding bij Hogeschool Holland. Alsof docenten een soort robots zijn.
“Klopt, dat hoor ik ook vaak. Dat je niets persoonlijks moet zeggen omdat je dan kwetsbaar wordt en niet geloofwaardig als docent bent. Dat je je eigen kwetsbaarheid moet weghouden op school omdat je anders geen docent kunt zijn, niet die autoriteit hebt. Dat je geen vriend van leerlingen mag worden. Maar juist doordat ik tussen hen sta, luisteren ze vaak juist beter. Ik denk dat er soms vergeten wordt dat kinderen ook gewoon mensen zijn. Ze zien je en prikken zo door je heen als je een façade ophoudt. Ik denk dat het juist andersom is: als we toelaten dat leerlingen ook als mens zien: dat is net zo waardevol dat jij als docent de leerlingen als een mens ziet.”
Twijfel je er zelf misschien aan welke waarde je op deze school hebt? je krijgt tranen in jouw ogen als ik erop terugkom?
“Dat komt omdat ik altijd onzeker ben geweest, hoewel ik dat achter me probeer te laten, het is ook iets dat ik in de leerlingen herken, ik ben alleen een paar stappen verder in mijn leven dan zij zijn.”
Ik ben nog geen tien minuten op deze school en ik zie al hoe geloofwaardig je voor de leerlingen bent. Alsof je een soort schakel bent tussen hun leven en dat op school. Je bent veel verder dan je zelf denkt.
“Ik hoop het!”
Waarom is de Pride-boot volgens jou zo belangrijk?
“Omdat ik hoop dat leerlingen daar voelen dat ze er mogen zijn. Dat ze mogen zijn wie ze zijn. “Toen ik vorig jaar zelf op die boot stond en duizenden mensen zag juichen, voelde dat heel overweldigend. Mijn hele leven ben ik gepest of buitengesloten geweest om wie ik ben. En dan ineens staan daar duizenden mensen die juist blij zijn dat je er bent. En nog belangrijker, dat je blij met jezelf bent. daar gaat alles om. Dat gevoel gun ik mijn leerlingen ook.”
Je gebruikt het woord ‘queer’ op een bredere manier dan gericht op seksualiteit, of gender?
“Voor mij gaat queer ook over buitenbeentjes. Over mensen die nergens echt bij lijken te horen. Dat hoeven niet alleen queer leerlingen te zijn. Het kunnen ook gewoon leerlingen zijn die zich anders voelen. mensen die buiten die strikte heteronorm vallen. Ik ga bijvoorbeeld vaak uit in de underground scene, en daar zie je ook mensen die buitenbeentjes zijn maar die niet homo zijn, of met hun gender identiteit worstelen. Queer zijn is breder, dieper.”
Je kiest steeds voor de underdog.
“Dat is denk ik instinct. Ik ben zelf altijd de underdog geweest. Dus dat voelt ergens ook vertrouwd. Maar juist daarom probeer ik die positie minder eenzaam te maken voor anderen. Want: The underdog is a dog too.”
Wat hoop je dat leerlingen voelen wanneer ze straks van die boot af stappen tijdens Utrecht Pride 2026?
“Dat ze zichzelf mogen zijn. En dat ze voelen dat er mensen bestaan die hen wél zien. Dat ze niet kapot zijn omdat ze anders zijn. Dat ze er gewoon mogen zijn. en vooral: blij zijn met zichzelf”
Zie ook Utrecht Pride: https://utrechtpride.nl
