
Door: Willem van Altena, namens Gaykrant.
Beeld: AI gegenereerd
Wie denkt dat de ervaringen van Jacques Zonne met homoconversie vooral iets uit het verleden zijn vergist zich: ook vandaag de dag worden jonge mensen nog tegen hun wil in onderworpen aan ‘therapieën’ die hun queer-zijn moeten genezen. Zoals Martin (31 jaar), die amper tien jaar geleden een vergelijkbaar horrorscenario beleefde, en die nog steeds kampt met de gevolgen ervan. Hij put moed en inspiratie uit de strijd van Jacques Zonne en hoopt dat andere jongeren zijn ervaring niet hoeven te delen.
“Ik kom uit een zeer christelijke omgeving in de Biblebelt, waar weinig ruimte was om vrijuit over je seksualiteit te spreken. Waar de coming-out voor veel jongeren vooral een persoonlijke ontdekkingsreis is, werd dat bij mij het startpunt van een traject waarin anderen gingen bepalen wie ik moest zijn. Toen ik ongeveer 21 was en mijn ouders vertelde dat ik gay ben, is het allemaal begonnen. Mijn ouders schakelden de kerk in, en die heeft het meteen overgenomen: ik moest in gesprek met een dominee en met een kerkvoogd. Die zouden me zogenaamd wel gaan helpen. Maar ik leerde al snel dat dit geen hulp was, maar beschadiging.”
Fysiek geweld
“Nee, ik ben niet, zoals Jacques, onder valse voorwendselen weggelokt en min of meer gevangen gezet. Maar ik moest wel twee keer in de week naar de dominee, die mij dan onderwierp aan allerlei praktijken, vaak samen met de kerkvoogden. Dat varieerde van handoplegging tot gezamenlijk bidden, en het altijd maar erin hameren dat er iets niet deugde in mij en dat ik moest veranderen. En ja, soms kwam er fysiek geweld aan te pas en werd ik geslagen. Waarom ik er toch meer dan drie jaar heen bleef gaan, om twee keer per week afgebrand te worden? Angst, denk ik. Niet alleen voor de kerk, maar ook voor mijn thuissituatie waar ik wel meer dingen meemaakte die niet oké waren. Je raakt zo in de war dat je niet meer weet wat voor of achter is.”

Ik voelde mijn eigen identiteit steeds verder afbrokkelen
“Mijn zelfbeeld lag helemaal aan scherven. Stukje bij beetje verdween het gevoel dat ik mocht zijn zoals ik ben, en bleef alleen de boodschap over dat ik abnormaal was en weer ‘normaal’ moest worden. Hún idee van normaal, niet het mijne. Ik voelde mijn eigen identiteit steeds verder afbrokkelen. Ik heb nog wel geprobeerd ertegenin te gaan, en de dominee van weerwoord gediend. Maar dat liep dan meteen zo uit de hand dat ik ermee stopte om hem tegen te spreken, omdat ik wist dat verzet alles alleen maar erger maakte. Dus leerde ik mijn mond te houden en de dingen te ondergaan.”
Onhoudbare thuissituatie
“Pas toen ik, vanwege een onhoudbare thuissituatie bij een pleeggezin terecht kwam durfde ik de stap te zetten me niet meer bloot te stellen aan de dominee en zijn mentale terreur. Die pleegouders waren heel open en veel vrijer in hun denken, en zij gaven mij voor het eerst de ruimte om te vertellen wat er gebeurd was. Zij hebben me daarin enorm geholpen, en dat doen ze eigenlijk nog steeds.”
“Wat voor mij ingewikkeld blijft, is dat de mensen die dit deden –mijn ouders, maar ook de mensen van de kerk- waarschijnlijk écht dachten dat ze mij hielpen. Ik wil niemand zijn geloof ontzeggen, maar in mijn situatie was het totaal doorgeslagen, ten koste van mijn veiligheid en mijn menselijkheid. Uit de kast komen was al zwaar genoeg, zeker in een familie als de mijne. Ik had gehoopt dat open zijn misschien zou helpen, maar ik maakte alles juist erger door te vertellen dat ik homo was. Ik was nog heel jong en ook wel naïef, had nauwelijks mensen om op terug te vallen, en moest me er grotendeels alleen doorheen slaan.”
“Pas later, toen ik op een veiligere plek kwam in dat pleeggezin, en andere mensen om me heen kreeg, merkte ik dat herstel überhaupt mogelijk was. Inmiddels heb ik mensen gevonden op wie ik kan terugvallen, onder wie mijn pleegouders en goede vrienden. Die gekozen familie is voor mij heel belangrijk geworden. Mijn relatie met mijn echte ouders is nooit echt hersteld. Ik spreek ze soms nog, maar het blijft ingewikkeld. Op een gegeven moment moet je accepteren dat niet alles goed komt.”
Ik vraag me wel eens af of ik nu aangifte zou doen tegen die kerk
“Toch blijft het niet iets wat je zomaar achter je laat. Die ruim drie jaar hebben littekens achtergelaten. Nu conversietherapie verboden is, helpt dat wel om er in mijn hoofd meer een punt achter te zetten, maar het blijft me achtervolgen. Mijn ervaringen zijn inmiddels verjaard; je kunt aangifte doen tot 6 jaar na dato. Ik vraag me wel eens af of ik nu aangifte zou doen tegen die kerk. Ik weet het niet. Het idee om alles weer op te moeten rakelen schrikt me af.”
Diepe sporen
“Wat ik vooral wil zeggen, is dat dit niet mag gebeuren. Niet in naam van geloof, niet in naam van liefde, en niet onder het mom van hulp. Wat mij is aangedaan, heeft diepe sporen nagelaten. De gedachte dat, zelfs vandaag de dag, andere jongeren moeten doormaken wat ik heb meegemaakt is vreselijk, daarom vertel ik nu mijn verhaal. Als dat mensen aan het denken zet, dan ben ik blij. Wat mij is aangedaan had nooit mogen gebeuren, maar ik wil dat er in elk geval iets goeds uit voortkomt. Tegelijk wil ik ook aan anderen die dit meemaken zeggen dat het, hoe moeilijk ook, mogelijk is om eruit te komen. Ik heb nu een stabiele relatie en een leven dat veel vrijer en gelukkiger is dan toen. Mijn geschiedenis blijft een stuk van wie ik ben, maar bepaalt niet meer mijn toekomst.”
(De naam Martin is gefingeerd, echte naam bij redactie bekend)
Conversietherapie (ook wel homogenezing genoemd) is een omstreden en schadelijke methode om iemands homoseksuele geaardheid of genderidentiteit te veranderen of te onderdrukken. In juni 2026 is er in Nederland een initiatiefwet aangenomen die dergelijke stelselmatige en indringende conversiehandelingen bij minderjarigen en kwetsbaren strafbaar stelt. Zie ook Amnesty International: www.amnesty.nl/conversietherapie-en-mensenrechten