digid

Tekst: redactie

De aangekondigde overname van de Nederlandse IT-dienstverlener Solvinity door het Amerikaanse technologiebedrijf Kyndryl leidt tot groeiende onrust onder Nederlandse experts op het gebied van digitalisering, veiligheid en democratische rechtsstaat. Zij eisen onmiddellijke transparantie over de gevolgen van de verkoop van het platform waarop DigiD draait. Volgens hen staat niet alleen de nationale veiligheid op het spel, maar ook de digitale soevereiniteit van Nederland.

In een gezamenlijke oproep aan het Bureau Toetsing Investeringen (BTI), onderdeel van het ministerie van Economische Zaken, vragen de stichtingen Privacy First en Firewall samen met een groep opiniemakers, wetenschappers en veiligheidsexperts om snelle duidelijkheid over de geplande overname. Onder de ondertekenaars bevinden zich onder anderen Maxim Februari, Joris Luyendijk, veiligheids- en inlichtingenexpert Jelle Postma, internetpionier Marleen Stikker en hoogleraar staats- en bestuursrecht Wim Voermans. Initiatiefnemer is onderzoeksjournalist Eric Smit, ook bestuursvoorzitter van Firewall.

Ook Gaykrant maakt zich grote zorgen: “Gezien de stappen die de huidige Amerikaanse regering tegen leden van de regenbooggemeenschap onderneemt, is digitale onafhankelijkheid essentieel. Privégegevens moeten in Nederlandse of desnoods Europese handen blijven”, zegt Bamber Delver  namens de stichting Gaykrant.

Risico’s voor vitale infrastructuur

Solvinity levert essentiële IT-diensten voor de Nederlandse overheid en is betrokken bij het beheer van systemen die cruciaal zijn voor de werking van DigiD. Volgens de experts maakt de overname door een Amerikaans bedrijf Nederland kwetsbaar. In hun brandbrief wijzen zij op risico’s van uitval, manipulatie of zelfs chantage wanneer delen van de vitale digitale infrastructuur onder buitenlandse zeggenschap komen te vallen.

Daarnaast waarschuwen zij voor de gevolgen van Amerikaanse wetgeving, die bedrijven kan verplichten om toegang te verlenen tot data en systemen, ook wanneer die zich fysiek buiten de Verenigde Staten bevinden. Dat risico is volgens hen niet louter theoretisch. Eerder werd het Internationaal Strafhof, op last van de Amerikaanse regering, deels afgesloten van e-maildiensten die door Microsoft werden geleverd.

Wantrouwen richting overheid

Volgens Eric Smit ontbreekt binnen de Nederlandse overheid het gevoel van urgentie. Hij wijst daarbij op wat hij ziet als een te groot vertrouwen in Amerikaanse technologiebedrijven en hun banden met de overheid in Washington. ‘We kunnen ons niet veroorloven te leunen op bedrijven die meebuigen met de autoritaire neigingen van hun regering,’ stelt hij. Volgens Smit speelt ook geopolitieke terughoudendheid mee: de angst om de Verenigde Staten voor het hoofd te stoten.

Digitale soevereiniteit onder druk

De zorgen passen in een bredere discussie over de afhankelijkheid van Europa van Amerikaanse techbedrijven. Hoogleraar Reijer Passchier sprak eerder al van een noodsituatie. In zijn analyse is technologie uitgegroeid tot een machtsmiddel in een internationaal geopolitiek spel, waarbij democratische waarden en nationale soevereiniteit onder druk komen te staan.

Onduidelijke toetsing

De overname van Solvinity is aangemeld bij het BTI en valt daarmee onder de Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames (Vifo). Deze wet verplicht tot een screening wanneer transacties mogelijk risico’s vormen voor de nationale veiligheid, met name bij bedrijven die kritieke infrastructuur beheren.

Voor burgers en maatschappelijke organisaties is echter onduidelijk of de overname daadwerkelijk wordt getoetst en, zo ja, wat de uitkomsten daarvan zijn. De inhoud van een eventuele toets blijft vertrouwelijk. ‘We tasten compleet in het duister,’ aldus Smit. De betrokken experts eisen uiterlijk binnen enkele dagen helderheid. Blijft die uit, dan overwegen zij juridische stappen.

Lees de nuancering die IBestuur op de brandbrief en de overname aangeeft