
Door: Onderzoeksredactie Gaykrant
Vijftien jaar vooruitgang, weggevaagd in vier jaar tijd. Dat is de kern van het vierjaarlijkse HBSC-onderzoek van de Universiteit Utrecht en het Trimbos-instituut, deze week gepubliceerd door NRC: de acceptatie van homoseksualiteit onder Nederlandse jongens is sinds 2021 bijna gehalveerd. Voor het eerst daalt ook de tolerantie onder meisjes fors, van 78 naar 51 procent. We zijn terug op het niveau van 2009, het jaar waarin voor het eerst naar deze acceptatie werd gevraagd. Wat doen we fout?
Schokkende cijfers, al kondigde eerder Amsterdams onderzoek de groeiende intolerantie al aan. En nu? Verontwaardiging verandert niets aan wat er al in de hoofden van Groep Achters (elf-/twaalfjarigen!) omgaat. Wat wél iets verandert, is de bereidheid om onszelf de vragen te stellen die pijn doen: wat doen wij als samenleving, die ooit respect kende, fout?
De bekende verklaringen: manosphere en een verruwd debat
De onderzoekers van de Universiteit Utrecht wijzen zelf al twee richtingen aan. Allereerst de manosphere: het online netwerk van influencers, podcasts en fora waarin vrouwen en lhbti+-personen als tegenstander worden weggezet. Het Nederlandse forensische zorginstituut De Waag ziet inmiddels bij driekwart van de jongens die worden behandeld voor grensoverschrijdend gedrag raakvlakken met deze manosphere; bij veertig procent van hen is die invloed zo groot dat het als risicofactor geldt. Het bekendste gezicht van die beweging, Andrew Tate, is inmiddels een begrip in elke brugklas inclusief Tate’s exponenten. De tweede richting is een publiek debat dat is verruwd: kritiek op Paarse Vrijdag en regenboogvlaggen, politici en social-media-influencers die zich steeds negatiever uitspreken over seksuele diversiteit, en een voorkeur voor traditionele man-vrouwverhoudingen die weer terrein wint.
Onze voorlichting loopt achter de feiten aan
Dat zijn geen verrassende conclusies meer, maar ze zijn ook te makkelijk om bij te blijven staan - alsof deze fobieën iets zijn dat jongeren van buitenaf overkomt, via een algoritme waar wij part noch deel aan hebben. Sluit onze voorlichting nog aan bij het online leven van kinderen? Ter illustratie: pas in 2024 kreeg Lentekriebels, een belangrijke voorlichting op scholen, als thema: Weerbaar online. Dat lijkt een onderschatting van hoe de jeugd online leeft en wordt beïnvloed, voor die blinde vlek betalen we nu de prijs. Het gif dat dagelijks door kwaadaardige online influencers wordt ingespoten, doet zijn werk.
COC voorlichting, Lentekriebels van Rutgers en de Gezonde School vanuit de GGD zijn waardevolle, goed onderbouwde programma's, gemaakt door mensen die het beste voorhebben met onze jeugd. Maar ze zijn ontworpen voor een tijd die niet langer bestaat: een gastles, een leerkracht, een lesuur, een vast curriculum. Het leven van een kind in groep acht speelt zich inmiddels grotendeels af op een scherm, buiten schooltijd, buiten het zicht van enige leerkracht of ouder, gevoed door een aanbevelingsalgoritme dat geen enkele pedagogische toets kent. Stopt onze voorlichting bij de schoolbel en begint de manosphere zodra het kind thuis is, dan winnen we dat gevecht niet met een goedbedoelde les over diversiteit in het derde uur. Daarbij gaan we er nog optimistisch van uit dat een kind in een respectvolle omgeving opgroeit, en thuis leert dat mensen mogen verschillen, dat jij nooit de norm bent, en dat iedereen gelijkwaardig is - welke relatie, gender of seksuele voorkeur ook. Ook die tijden zijn veranderd: volwassenen schelden erop los, niet voor niets verricht Gaykrant op dit moment een grootschalig onderzoek naar de online haat tegen lhbti+’ers. De schaamte om te schelden is eraf. De online beerput staat wagenwijd open en is allang overgesprongen naar offline. Dagelijks hebben hier talloze lhtbi+’ers persoonlijk mee te maken.
Het online leven van jongeren is nauwelijks onderdeel van het voorlichtingsgesprek: het gaat vooral over vriendschap, weerbaarheid, seksuele diversiteit op school en thuis, maar het scherm in de broekzak van elk kind bleef een blinde vlek. Door mensen die zelf niet zoals jeugd online zijn. Geen onwil, maar vooral een gebrek aan urgentie, iets wat, met deze cijfers in de hand, achteraf moeilijk te verdedigen is. Een voorlichtingsorganisatie die vandaag nog steeds niet structureel vraagt welke influencers een kind volgt en welke opvattingen daar dagelijks binnenkomen, voorlicht een kind dat al lang niet meer bestaat.
De vragen die er nu toe doen
Dit brengt ons bij de vragen die de journalistiek - en dus ook Gaykrant - de komende maanden moet beantwoorden, in plaats van te blijven steken in de constatering dat het slechter gaat. Wie zijn de giftige influencers die vooral onze jongens dagelijks bereiken, naast het bekende gezicht van Andrew Tate? Welke online kanalen en stemmen uit de in het onderzoek geciteerde manosphere groeien ook in Nederland hard en blijven vooralsnog onder de radar?
En welke politici pompen dat gif onze samenleving in? Onderzoekers en lhbti-belangenorganisaties wijzen al langer naar partijen als PVV, JA21, FVD en SGP als stemmen die lhbti-emancipatiebeleid en seksuele vorming op school belachelijk maken en willen afbreken; de SGP maakt op haar eigen website geen geheim van het standpunt dat het huwelijk wat haar betreft is voorbehouden aan man en vrouw. Dat is hun goed recht in een democratie. Maar het recht om een mening te hebben is niet hetzelfde als vrijblijvendheid over het effect van die woorden op een twaalfjarige die worstelt met zijn geaardheid. En wat te denken van de uitspraken van BBB en Forum: het gif waar we nu mee worden geconfronteerd komt érgens vandaan. We moeten keihard de strijd aangaan met hen die ons met het narratief in de hand beschuldigen van beïnvloeding van jeugd; zíj zijn het die vergiftigen.
Dan de vraag die het lastigst te onderzoeken is, maar het belangrijkst om te beantwoorden: welke narratieven zijn kennelijk aangeslagen? Waarom werkt „terug naar traditionele rolpatronen" bij een generatie die opgroeide met meer zichtbare diversiteit dan enige generatie vóór hen? Is het een reactie op onzekerheid, op prestatiedruk, op een schoolklimaat dat de onderzoekers zelf al verslechterd noemen? Wat winnen jongeren bij dit narratief? Status? Eigenwaarde? het is een bekend gegeven dat wie scheldt en pest, zichzelf beter voelt (op korte termijn , dat wel). Waar komt die arrogantie vandaan dat iemand de norm is en zich het recht toe eigent om anderen te verketteren? Zolang we dat niet weten, blijven we symptomen bestrijden met lesbrieven, terwijl de oorzaak zich elders - online, ongestoord - verder verspreidt.
Het onderzoek is hier te vinden:
Onder Nederlandse jongeren is de acceptatie van homoseksualiteit de afgelopen vier jaar enorm afgenomen. Dat concluderen onderzoekers van de Universiteit Utrecht en het Trimbos-instituut op basis van een vierjaarlijks, grootschalig en representatief onderzoek:
HBSC-onderzoek (Health Behaviour in School-aged Children) Nederland, https://hbscnederland.nl