onderzoek261

Door: Redactie.

Onderzoek. Meer dan veertig procent van de Nederlandse middelbare scholieren vindt dat lhbtq+'ers niet gelijkwaardig zijn aan heteroseksuelen. Dit zijn de harde cijfers, afkomstig uit grootschalig wetenschappelijk onderzoek van de Universiteit van Amsterdam. Tussen 2021 en 2024 vulden ruim dertigduizend jongeren een vragenlijst in over seksuele diversiteit. De uitkomsten zijn ontnuchterend.

Vijfendertig procent van de ondervraagde jongeren vindt bovendien niet dat je zelf mag bepalen op wie je verliefd wordt. Een op de drie. Niet in een ver land, niet in een andere tijd — maar hier, nu, in Nederland. In het land dat zichzelf graag presenteert als voorloper op het gebied van gelijkheid en tolerantie.

Hoofdonderzoeker Nikki Dekker van de UvA zegt het zelf: "Voor een land als Nederland, dat graag pronkt met tolerantie, zijn de cijfers problematisch." En ze heeft gelijk.

Wat het onderzoek ook laat zien, is dat er geen simpele boosdoener is. Migratieachtergrond alleen verklaart de conservatieve opvattingen niet. Religie speelt een rol, maar de verschillen zijn juist groter onder jongeren zónder migratieachtergrond. En gender blijkt een van de sterkste voorspellers: jongens zijn significant conservatiever dan meisjes.

De data tussen 2021 en 2024 laten volgens de onderzoekers niet zien dat de lhbtq-acceptatie afneemt.

Dat genuanceerde beeld is belangrijk. Want wie denkt dat dit "een probleem van de ander" is, vergist zich. Intolerantie jegens lhbtq+'ers is breed verspreid — en dat vraagt om een brede aanpak. De data tussen 2021 en 2024 laten volgens de onderzoekers niet zien dat de lhbtq-acceptatie afneemt. Uit eerder onderzoek van de GGD kwam wel een sterke daling naar voren. Het percentage jongeren dat het ‘normaal’ vond dat twee mannen of twee vrouwen op elkaar verliefd zijn, was volgens dat onderzoek gedaald van 63 procent in 2021 naar 42 procent in 2023.

De onderzoekers bevelen aan om meer onderzoek te doen naar lhbtq-acceptatie onder jongeren. “We moeten dit beter gaan monitoren om trends in kaart te brengen. Dan weten we ook beter welke factoren een rol spelen en welke interventies werken om de acceptatie te vergroten.” Daar is Dekker al druk mee bezig: in 2027 hopen de onderzoekers een nieuw onderzoek te publiceren over onder meer de rol van de manosfeer op sociale media bij opvattingen over seksuele diversiteit.

onderzoek262

“Professionals die docenten kunnen opleiden om gesprekken in de klas over homoseksualiteit te voeren.”

Om de ‘problematische groep’ aan te pakken, is het belangrijk dat de overheid zich meer richt op diversiteitsbeleid, zegt Dekker. Bijvoorbeeld met professionals die docenten kunnen opleiden om gesprekken in de klas over homoseksualiteit te voeren. Of door in de wettelijke taak van scholen duidelijker vast te leggen wat leerlingen moeten leren.

De onderzoekers bevelen aan dat de overheid meer investeert in diversiteitsbeleid op scholen: getrainde professionals, opgeleide docenten, en een heldere wettelijke taak voor scholen om leerlingen bij te brengen wat gelijkwaardigheid in de praktijk betekent.

Wij sluiten ons daar volledig bij aan. Onderwijs is geen politiek strijdtoneel — het is de plek waar de volgende generatie leert wie zij zijn en hoe zij met anderen omgaan. Die kans mogen we niet laten liggen.