
Foto: Wachten op Marsha, van Raymi Sambo Maakt
De man kijkt me indringend aan. ‘Mag ik iets vragen?’ Hij wacht niet op bevestiging: ‘Dat boek van jou, heel verontrustend. Feitelijk propageer je er geweld mee. Of niet?’ Zijn woorden brengen me in de war. Hoewel ‘verontrustend’ mij in deze tijd een positieve omschrijving lijkt voor een roman, kijkt de man niet alsof hij een compliment wil overbrengen. Hij perst zijn lippen op elkaar en wacht nu wél op een antwoord – of eerder op een verontschuldiging, vermoed ik.
Mijn roman Korsetcadeau volgt een wat oudere trans vrouw. Ze is het zat. Om slachtoffer te zijn. Om ondanks alle moeite geen stap vooruit te komen. Om alweer machteloos bij het graf van een geliefde te staan die het leven niet langer aankon. Ze komt in het geweer. Zachtzinnig is ze niet in haar aanpak. Dat de man bepaalde passages daarom verontrustend vindt, kan ik begrijpen. Maar ik heb geen zin om verantwoording af te leggen over de acties van een romanpersonage. Alleen omdat hij zich aangesproken voelt – en dat ongemakkelijk voor hem is?
Hij moet hebben gelezen dat er iedere dag wel ergens ter wereld een trans persoon vermoord wordt. Dat zorg bewust wordt onthouden. Dat er ramen worden ingegooid, deuren ingetrapt, dat er wordt vernederd, gespuugd en mishandeld. Dat is structureel geweld, ingebed in een samenleving die zich er nauwelijks om bekommert. Dáár ga ik graag over in gesprek. Maar wat deze lezer verontrust is dat er een trans romanheldin is opgestaan, en hij aangesproken wordt op zijn privilege, zijn welwillende desinteresse, zijn zwijgen wanneer de rechten van een minderheid op het spel staan. Het zegt alles.
Structureel geweld tegen minderheden ziet de samenleving gemakshalve over het hoofd. Incidenteel geweld vanuit een minderheid wordt voortdurend uitvergroot en gebruikt om discriminerend beleid te onderbouwen. Wie toevallig tot dezelfde minderheid behoort dient zich luidruchtig te distantiëren van elke verzetsdaad. Schrijf ik een roman die het geweld tegen trans personen aanvecht, dan propageer ik geweld.
Literatuur is er om vaststaande wereldbeelden te bevragen. Mijn hoofdpersonage zet geweld in om geweld te stoppen. Hoeveel geweld zou de lezer zelf kunnen verdragen – tegen hem en zijn geliefden – voordat hij een grens trekt? Maar de vragensteller wil daar niet over nadenken. Hij wil gerustgesteld worden. Wat hij wil horen is: ‘Je hebt gelijk. Geweld is nooit de oplossing.’ Dat antwoord kan ik hem echter niet geven.
Zodra mensen beginnen over geweldloos verzet, liggen Gandhi en Mandela voorop de tong. Toch hadden beide mannen een op zijn minst dubbelhartige verhouding met geweld. Zo schreef Gandhi: ‘Ik geloof dat, waar enkel de keuze zou gelaten worden tussen lafheid en geweld, ik geweld zou aanraden.’ Die woorden zijn een beetje naar achteren gewurmd in de geschiedenis. Mandela kwam als jongeling tot de conclusie dat geweldloos verzet zinloos was: keer op keer werd het door het Zuid-Afrikaanse leger met geweld neergeslagen. In 1961 was hij medeoprichter van Umkhonto we Sizwe (Speer van de natie), de gewapende tak van het ANC.
Als geweld geen oplossing is, waarom zetten machtshebbers het dan zo snel in? Voor veel minderheden is structureel geweld de status quo. Wie nadenkt, begrijpt dat geweldloos verzet daarom een al te gemakzuchtige eis is, die het straffeloos doodzwijgen van kleine minderheden faciliteert. En dat doodzwijgen mag letterlijk genomen worden.
Ik ben niet de enige die het gebruik van tegengeweld onderzoekt in fictie. In de debuutroman Dodeman van de Vlaamse feministe Uschi Cop wordt België opgeschrikt door dodelijke aanslagen op mannen. In een interview met Het Parool zegt Cop over haar boek: ‘Dat een personage zich verliest in radicaliteit en geweld gebruikt, betekent niet dat ik daartoe oproep. Ik denk wel dat we moeten nadenken over de manieren waarop we in verzet kunnen komen en hoe we ruimte op kunnen eisen.’ Dus.
In het theater werd ik gevloerd door de voorstelling Wachten op Marsha, van Raymi Sambo Maakt (foto aan begin van dit artikel). Als protest tegen het toenemende anti-queer geweld probeert een groep queer activisten de World Pride te kapen. Leider Marvan (een sterke rol van Ro Verwey) twijfelt over de inzet van geweld. Als de groep daardoor dreigt te scheuren, spat de frustratie van het podium. ‘Wow,’ dacht ik telkens, ‘wat een urgentie. Wat een kracht!’ Bij de ontvouwing had ik tranen in mijn ogen. Nog een voorbeeld: in de voorstelling You should get raped van Lotte Laurens en Just van Bommel brengt een zeer beheerste hoofdpersoon ons op de hoogte van de ongewenste intimiteiten die ze te verduren kreeg in een trein. Ze achtervolgt de dader naar zijn huis. In een recensie in De Theaterkrant schrijft Tonya Sudiono: ‘Met minimalistische, effectieve middelen dwingt You should get raped het publiek zich af te vragen hoever je (niet) moet gaan om gelijkwaardigheid te bevechten.’
Cultuur spiegelt de tijdgeest. Vier zielen, één urgente gedachte. Het tekent de frustratie van de huidige generatie activisten. Wat doe je wanneer je na jaren van geweldloze actie het aantal slachtoffers alleen maar toeneemt en niemand daar iets van vindt? De huidige realiteit heeft wraakfantasieën nodig. Ze bieden ontlading en herkenning en onderzoeken de grenzen van het verzet.
Binnen de afgebakende wereld van de kunsten doen we alle vier een verzoek om door een andere bril naar de realiteit te kijken. Ik heb vrienden (m/v/x) die dagelijks moeten dealen met de dreiging van geweld. Waarom zou je het verzet daartegen afwijzen, terwijl je het systemisch geweld verdoezelt? Ik wil dat mensen mij en de mijnen met rust laten. Ik wil dat het geweld stopt. Dus nee, beste lezers. Ik propageer geen geweld. Maar ik sluit de noodzaak van stevig weerwerk niet uit. Ik fantaseer daarover.
Mag ik iets vragen? Stop met het kwetsen, mishandelen en de dood injagen van LHBTIQ-ers. Nu! Wees geen zwijgende medeplichtige wanneer minderheidsrechten teruggeschroefd worden. Een gezonde samenleving probeert begrip aan de dag te leggen, ook voor mensen die zich misschien wat moeilijker laten begrijpen. Laat je verwonderen. Zoek het tegengeweld op om het te doorgronden. Wachten op Marsha, bijvoorbeeld, speelt dit najaar gewoon door. Ga die voorstelling zien!
Tom Kniesmeijer is psycholoog. Hij schreef eerder twee non-fictieboeken, over culturele veranderingen en over zingeving. Zijn meest recente boek heet: Korsettcadeau. Hij schrijft met grote regelmaat columns voor Gaykrant en Joop.nl
