Jos de vries1

Tekst: Jos de Vries-Spaans, gepensioneerd Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige

Beeldkeuze: Redactie. Bron verhaal over James Peterson: Latter Gay Stories

Jos de Vries Spaans heeft als Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige een jarenlange ervaring aan het bed en uit herinneringen die hij nooit is vergeten. Homoseksualiteit werd in de twintigste eeuw niet alleen maatschappelijk vervolgd, het werd ook medisch 'behandeld'. Lobotomieën, elektroshocks, castraties: ingrepen die levens voorgoed verwoestten. Jos zag in zijn werk de gevolgen met eigen ogen.

In 1948 werd James Peterson gelobotomiseerd (zie foto) omdat hij homoseksueel was. Zijn ouders lieten hem opnemen in een psychiatrisch gesticht nadat ze ontdekten dat hij verliefd was op een andere man. Het gesticht bestempelde dit als "seksuele perversie" en "behandelde" hem met een transorbitale lobotomie — ijspriemen die boven zijn oogkassen in zijn frontale kwab werden geslagen. Het duurde slechts 15 minuten, maar het wiste zijn levendige, artistieke geest voorgoed uit. De arts verzekerde zijn ouders: "De perversie van uw zoon is gecorrigeerd."

Wat terugkwam was een lege huls

Brandwonden boven zijn ogen, een lege blik waar ooit intelligentie straalde. In de aantekeningen van de arts stond: "Patiënt rustig, geen deviante interesses. Succes." Maar die "rust" was hersenbeschadiging; dat "succes" was persoonlijkheidsmoord. James schilderde, lachte of beminde nooit meer. Hij leefde nog 46 jaar in een groepswoning, in een holle routine zonder voorkeuren of vreugde, en stierf in 1994 op 74-jarige leeftijd. Zijn ouders bezochten hem één keer, zagen de leegte die zij hadden gecreëerd, en kwamen nooit meer terug. Voor hen was een zoon die niets was verkieslijk boven een zoon die homo was.

Jos de vries2

Trauma vermomd als verlossing

Deze gebeurtenis stond niet op zichzelf. Kerken boden hun eigen brute "behandelingen" aan om homoseksualiteit te "genezen". In de jaren zeventig onderwierp Brigham Young University (BYU), verbonden aan de Mormoonse Kerk, homoseksuele studenten aan elektroshockaversietherapie, ze kregen elektrische schokken terwijl ze beelden van hetzelfde geslacht te zien kregen, zodat pijn werd gekoppeld aan verlangen. Andere geloofsgemeenschappen pasten uitdrijvingen toe om "demonen" te verdrijven, of intensieve gebedssessies waarin werd beweerd dat men homoseksualiteit kon "wegbidden" — wat vaak leidde tot zelfbeschadiging of zelfdoding. Dit waren geen genezingen; het was trauma vermomd als verlossing.

We zijn ver gekomen, conversietherapie is op veel plaatsen verboden en liefde wordt steeds vaker gevierd. Maar laten we James en talloze anderen gedenken: hun verhalen voeden onze strijd voor waardigheid. Niemand zou "behandeld" mogen worden om wie hij, zij of die is.

Jos de vries3

Een man met lichtblauwe ogen

Persoonlijk heb ik nog een man verpleegd in Psychiatrisch Ziekenhuis Santpoort (foto)) in 1992 met precies hetzelfde verhaal. Het was een schat van een man. A. (de eerste letter van zijn voornaam) was toen eind zestig, begin zeventig, mijn leeftijd nu. Een man niet veel groter dan 1,70 meter, een broze gestalte, licht kalend dun grijs haar en helder lichtblauwe ogen.

Ik moest hem meerdere malen per week wassen. Omdat hij ernstige problemen had met urineren en ontlasting moest ik dagelijks intieme verzorging verrichten: klysma's geven, het urinaal wisselen en schoonhouden. Hij volgde met zijn ogen al mijn verpleegtechnische handelingen. Ik weet nog hoe geschokt ik de eerste keer was toen ik zijn gehavende onderlichaam zag: de dramatische gevolgen van fysieke én chemische castratie. Nu weet en ervaar ik inmiddels zelf, door vier jaar chemische castratie bij prostaatkanker, hoe groot de impact op zijn leven al die jaren moet zijn geweest.

Jos de vries4

Opgesloten in de duinen

Hij was op zijn zestiende door zijn ouders en met ingrijpen van de huisarts, in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog, opgepakt en afgevoerd naar het gesticht voor 'geestelijk gestoorden' in Santpoort-Zuid (foto: behandelingskamer). In zijn oude papieren dossier stond het schokkende verhaal. "Vanwege ernstige perverse neigingen door de geestesziekte homofilie en verwarde gedachten ingegeven door perverse verlangens naar jongens en mannen" was besloten hem te castreren en middels shocktherapie meerdere malen te behandelen — met levenslange, gedwongen sederende medicatie tegen angsten, voortkomend uit jarenlange gedwongen gesloten opname.

Zestien jaar was hij, en opgesloten in de duinen van Santpoort-Zuid, in dat bastion APZ Santpoort. In al die jaren — zestig — was er zelden een familielid uit Amsterdam op bezoek geweest. Nooit was hij zelfstandig het terrein afgegaan. Wel eens was hij met een patiëntengroep in een bus naar een stranduitje in de duinen geweest, maar die waren zeldzaam. A. had opstandige periodes gekend, maar die werden onderdrukt met antipsychotica-injecties, waardoor hij totaal mat en apathisch werd. Al die jaren zat hij opgesloten op een afdeling tussen mensen met psychosen, manische of depressieve stoornissen: ernstige verwardheid, mensen die letterlijk stijf, katatoon stonden van de klassieke haldolbehandelingen.

De droom die nooit uitkwam

Nooit had hij de kans gehad zijn dromen waar te maken: boekhouder worden en met een lieve vriend samenwonen in Amsterdam. Hij had er vaak over gefantaseerd, zijn gedachten van zich afgeschreven in oude schriftjes. Een keer had hij me erover verteld, maar ik moest dertig mensen aandacht geven in een dienst van acht uur en zo kwam het er nooit van dat ik daar speciaal tijd voor vond.

Jos de vries5

"Ik heb altijd verlangd naar een vriend als u"

Op een dag stond hij plotseling achter me, in de deuropening van het verpleegkundig kantoor. Ik was druk bezig de voedingslijsten te controleren voor het avondeten op de twee paviljoens van West-Friesland 5. Ik keek verrast op en twee zachte blauwe ogen staarden me aan. Op gedempte toon, maar vol verlangen, sprak A. tegen me: "Ik wou dat ik nu zo jong was als u, broeder Jos. Ik heb altijd verlangd naar een vriend als u." Het raakte me recht in het hart — zo hartverscheurend en dapper van A. Maar uit totale onhandigheid en verrassing zei ik terug: "Oh A., wat zeg je me nu? Dat zal niet gaan..." A. keek me verslagen aan. Ik zakte door de grond. Wat had ik gezegd? Hem afgewezen en alle hoop ontnomen om zijn gevoelens één keer dapper te uiten. Mijn onhandigheid op dat moment is me altijd bijgebleven. Wat had ik anders kunnen doen om hem toch in zijn kwetsbare gevoelens te erkennen? Het raakte me diep.

Gegrift in mijn hart

Het is 35 jaar geleden. A. leeft niet meer. Zijn zachte, lieve ogen staan in mijn geheugen en hart gegrift. Wat een leed, wat een leven is hem ontnomen en aangedaan. In mijn gedachten en gebeden praat ik nog wel eens met A.

Moge hij omgeven zijn door immense Liefde.