
Met Voorbije seizoenen schreef de auteur een rijke, persoonlijke biografische roman over zijn partner Ton ter Linden (Amsterdam, 10 juli 1935), kunstschilder, tuinkunstenaar en bovenal een man die zijn leven altijd met open vizier heeft geleefd. In een reeks zorgvuldig gekozen hoofdstukken wordt de lezer meegenomen door een leven dat zich afspeelt op het snijvlak van kunst, natuur en vanzelfsprekende vrijheid. Dit is deel 3: Onderhuurder bij Lida.
Lees hier deel 1: Een bijzondere ontmoeting.
Lees hier deel 2: Ontmoeting in het Vondelpark.
Tekst en beeld: Gert Tabak
[1957 - de Artistijd en de jaren bij het Operaballet zijn achter de rug en de relatie met Wim is dramatisch geëindigd. Met zijn partner Anne van Dalen gaat de 22-jarige Ton wonen op een zolderverdieping aan de Leidsekade in Amsterdam]
Onderhuurder bij Lida
De zolderkamer bestaat uit één ruimte waarin we ook slapen. Anne heeft de wanden bekleed met board en die in een romige tint geschilderd, op de vloer liggen rieten matten. De inrichting van deze grote ruimte is sober. In het midden is de schoorsteen, die begint helaas al te roken in onze kamer zodra er beneden een kachel aan gaat, en dat is natuurlijk elke dag in de wintertijd. Aan beide kanten van de kamer staat een eenpersoonsbed. Als ik het bed ga verschonen, dan zitten de witte lakens onder het roet; niet zo erg gezond. Anne heeft een mooie ronde biedermeier notenhouten tafel gekocht met bijpassende stoelen die opnieuw bekleed zijn. Tegen een wand staat een grote rechthoekige tafel waar ik vaak aan werk, en er is een secretaire waar Anne regelmatig aan zit te schrijven. Langs de muur staat een open boekenrek waar we van alles op kunnen zetten. In de winter is het heerlijk om met z’n tweeën voor het kacheltje te zitten en wat te lezen, of naar muziek te luisteren. In de zomer gaan we met het houten trapje door het dakraam om lekker in de zon te zitten in de brede dakgoot. Op warme zomeravonden ligt er een echte gondel aan de kade voor het Lido, en een man in een Venetiaans kostuum zingt het Italiaanse repertoire. Dat gecombineerd met de mensen die nog gezellig keuvelend op het terras aan het water zitten te eten of wat te drinken geeft het een heerlijke, buitenlandse sfeer. Zelfs op een warme zonnige nieuwjaarsdag zitten we in de goot met een glaasje wijn.
We zijn een paar keer op de vliering boven ons geweest. Wat daar allemaal te zien was weet ik niet meer, maar ik heb wel onthouden dat er een map lag met originele Japanse tekeningen. Die inspireren mij om linosnedes te maken en die af te drukken op Japans papier, dat ik in De Pijp kocht. Ik kleur ze in met aquarelverf. Helaas denken we niet meer aan die map met tekeningen als we gaan verhuizen, maar ik heb nu nog steeds vijf ingelijste linodrukken aan de wand hangen. Naast de woon-/slaapruimte is er een kleine badkamer waar Anne een keukentje in heeft gemaakt. Hij huurt deze zolderverdieping van journaliste, cabaretière, actrice en schildersmodel Lida Lobo-Polak. Ze heeft bedongen dat ze gebruik mag blijven maken van de badkuip; als ze dat doet dan zit de deur natuurlijk op slot, en kan ik onze keuken niet in. Dat is soms knap lastig. Als ze uit bad komt, en ik zie haar toevallig, dan gooit ze de deur met een smak dicht, zodat de bordjes van Meissen porselein van de muur kletteren, en rent ze als een idioot de trap af en schreeuwt: ‘Ik ben niet visibel, niet kijken, ik ben niet visibel!’ Ik griezel niet alleen van haar, maar ook van de vieze vettige ochtendjas, die ze stevig, en hoog gesloten, om haar mollige lijf heeft geslagen. Die jas is zo smerig dat het ding waarschijnlijk uit zichzelf zou blijven staan. Ik vind haar dus sowieso niet ‘visibel’, zoals ze zelf zegt, want ik schrok behoorlijk toen ik haar voor het eerst zag; ik was zelfs een beetje bang voor haar. Maar als je haar na het badderen in de Leidsestraat ziet lopen, dik in de schmink, het haar sjiek gekapt, hooggehakt en met de nieuwste creaties van Metz aan, dan loopt daar een filmster.

Een andere bewoner in dit Leidsekadehuis komt zich op een avond voorstellen: Harry Mulisch, een lange man met donker haar en een grote haakneus. We wisselen uit beleefdheid wat oppervlakkige informatie uit. Mulisch vertelt dat hij schrijver is. Het komt een beetje opschepperig over als hij vertelt dat zijn verhalenbundel ‘De Versierde Mens’ net uit is, en dat hij nu werkt aan een roman. Dat blijkt later ‘Het stenen bruidsbed’ te zijn. We hebben blijkbaar niet veel affiniteit met elkaar, want ik heb hem daarna nooit meer gesproken, op een beleefdheidsgroet na als we elkaar tegen kwamen.
Zoals gezegd is Lida muze en schildersmodel van onder andere Herman Gordijn. Toen ik jaren geleden de expositie ‘De vrouwen van Herman Gordijn’ in Museum De Buitenplaats in Eelde bezocht, zag ik Lida vele malen in allerlei poses voorbij komen. Met of zonder kleren aan. Ik heb haar, eind jaren zeventig, een kleine rol van een prostitué zien spelen in de tv serie ‘Uit het leven van Guy de Maupassant’. Verrassend om haar toen terug te zien.
Ze krijgt op een gegeven moment een relatie met Ramses Shaffy. Hijzelf doet daar, zeker in het begin, nogal geheimzinnig over, want niemand mag hem bij Lida naar binnen zien gaan. Als hij net naar de voordeur wil lopen en ik kom eraan, dan rent hij hard weg. Het duurt echter niet lang of hij is steeds vaker in de verdieping beneden ons. Dat horen we aan zijn pianospel en het instuderen van Engelse liedjes. Dat is ook op straat te horen, want als het even kan dan staan de ramen wijd open. Ook horen we hem teksten repeteren; hij speelt in diverse toneelstukken, en ook bijvoorbeeld in de bekende tv-serie Pension Hommeles.
Op een dag krijg ik een stevige aanvaring met Lida. Ik heb geen idee meer waarover. Op de één of andere manier mogen we elkaar niet, en binnenin me zit nog steeds een gevaarlijke lading opgekropte woede, die zo nu en dan tot ontploffing komt. Zo ook bij haar dus. Ze is zo erg van streek dat ze Ramses naar boven stuurt om te zeggen dat ze er zo’n last van heeft dat ik tegen haar te keer ging. Het kan mij geen ene biet schelen, maar Anne gaat naar beneden om de ruzie te sussen. Later is het nog een keer voorgekomen, en herhaalt het ritueel zich.
Ramses wist natuurlijk van het cabaretverleden van Lida. Ze heeft zelfs een eigen groep ‘De Wording’ gehad waarvoor ze alle teksten schreef en ook de scènes regisseerde. Ze hebben elkaar ongetwijfeld op dat gebied geïnspireerd, want ze vertrokken naar Parijs om daar een productie op te zetten. Het lukt niet zo goed, want een tijdje later zitten ze zonder geld. Lida schrijft aan Anne, en dat gebeurde meerdere keren, of hij de huur alvast vooruit kon betalen. Wij mogen in tussentijd Lida’s keuken gebruiken. Die moeten we dan wel eerst helemaal uitmesten, want in de stapels pannen, servies en bestek in de gootsteen en op het aanrecht, zit een schimmeldons in meerdere spectaculaire kleuren; het is nog een wonder dat er geen paddenstoelen uit groeien. Ook de muren en de vloer zijn vergeven van de troep. Dat wordt opruimen en schoonmaken voordat we ook maar iets kunnen beginnen in die keuken.

Als we gasten krijgen dan maakt Anne graag pannenkoeken. Ik bewonder altijd de kunst van het omhoog gooien van de pannenkoek met de pan, en het weer keurig omgekeerd opvangen. We gaan in deze tijd ook veel met z’n tweeën weg: wandelen in Duin en Kruidberg, zonnen op het strand van Zandvoort, naar uitvoeringen in het Concertgebouw, en regelmatig bezoeken we musea. Anne reikt me ook literatuur aan, en we bespreken de boeken vaak. Een rijke tijd . . .
Het Parijse avontuur van Lida en Ramses draait uit op een fiasco; niet alleen wat het cabaret betreft, maar ook hun relatie gaat eraan. Ramses houdt het voor gezien met Lida; ze komt alleen terug naar Amsterdam, en wij moeten haar keuken weer uit.
Het lijvige boek Voorbije seizoenen kost € 54,45 en is te bestellen via: www.bravenewbooks.nl/gert_tabak of in de (online) winkel.