gloria

Gloria Steinem is woensdag op 92-jarige leeftijd overleden in haar huis in New York. Dat maakten haar naasten en haar stichting bekend. Met haar dood verliest de wereld een van de meest bepalende stemmen van het Amerikaanse feminisme — en verliest de lhbti+-gemeenschap een bondgenoot die, anders dan veel generatiegenoten, uiteindelijk de moed had haar eigen denken bij te stellen.

Steinem werd in 1934 geboren in Toledo, Ohio, en groeide uit tot het gezicht van de tweede feministische golf. Als journalist trok ze in 1963 wereldwijd de aandacht met haar undercoverreportage als Playboy Bunny, waarmee ze de arbeidsomstandigheden van vrouwen in de entertainmentindustrie blootlegde. In 1971 richtte ze samen met Betty Friedan, Bella Abzug en Shirley Chisholm de National Women's Political Caucus op, en datzelfde jaar was ze medeoprichter van het invloedrijke Ms. Magazine — een van de eerste grote publicaties die feminisme expliciet op de voorpagina zette. Decennialang bleef ze reizen, spreken en schrijven; ze hield tot op hoge leeftijd "talking circles" bij haar thuis, waar ze honderden mensen ontving voor gesprek en organisatie.

Wat Steinem voor de Gaykrant-lezer bijzonder maakt, is een minder bekend hoofdstuk uit haar latere leven: haar ontwikkeling op het gebied van transrechten. In de jaren zeventig schreef Steinem stukken die vanuit hedendaags perspectief als transvijandig gelden. Waar veel van haar generatiegenoten dat standpunt tot op hoge leeftijd bleven verdedigen — een stroming die inmiddels bekendstaat als trans-exclusionary radical feminism — deed Steinem iets zeldzaams: ze herzag haar positie in het openbaar. Ze erkende later ondubbelzinnig dat transgender personen, inclusief zij die getransitioneerd zijn, authentieke levens leiden die gevierd verdienen te worden, niet ter discussie gesteld, en dat beslissingen over hun gezondheidszorg alleen aan henzelf zijn.

Die woorden bleven niet bij intenties. In 2021 zette Steinem haar handtekening onder een open brief van GLAAD waarin ruim 465 feministische voormannen en -vrouwen zich uitspraken tegen wetgeving die transvrouwen en -meisjes discrimineert. Ze schreef daarover trots te zijn haar naam te verbinden aan het verzet tegen de onnodige barrières die wetgevers en zelfbenoemde feministen transvrouwen en -meisjes opleggen. Ook trok ze samen met onder meer Mona Sinha ten strijde tegen Amerikaanse regelgeving die transgender personen het recht op passende gezondheidszorg ontnam.

Daarmee behoorde Steinem tot een kleine groep first-generation feministes die bereid was haar eigen kader te verlaten. Waar de val tussen "oud" en "nieuw" feminisme op het gebied van transrechten voor velen een breuklijn werd — en soms nog altijd is — koos Steinem uiteindelijk voor solidariteit boven dogma. Voor een gemeenschap die vaak juist door zelfbenoemde bondgenoten in de kou is gezet, was dat geen vanzelfsprekendheid.

Steinem was, zoals Time deze week schreef, altijd een pragmatische en compassievolle activist — iemand voor wie strijd nooit ophield bij de eigen groep. Ze verzette zich tegen apartheid, sprak zich uit tegen genitale verminking bij vrouwen en kindermishandeling, en was een vroege supporter van lesbische, homo- en biseksuele rechten, lang voordat dat gangbaar was.

Ze overleed te midden van mensen die van haar hielden, kort voordat een nieuw memoir van haar zou verschijnen. Haar nalatenschap is er een van beweging: van een vrouw die nooit stilstond, ook niet bij haar eigen overtuigingen.